Eenmalige toediening rituximab kan ontwikkeling van RA vertragen

De PRAIRI-studie toont aan dat eenmalige toediening van rituximab de ontwikkeling van auto-antilichaampositieve reumatoïde artritis met een jaar vertraagt. Een conclusie die nog niet direct gevolgen heeft voor de klinische praktijk, zegt eerste auteur van een artikel in The Annals of the Rheumatic Diseases1 dr. Danielle Gerlag (Senior Director Medical Affairs bij GSK) hierover, maar het wijst wel de weg voor vervolgonderzoek.

Het monoklonaal antilichaam rituximab is een bekend geneesmiddel in de behandeling van B-cel non-hodgkinlymfoom en B-celleukemie, maar wordt ook al meer dan 15 jaar gebruikt bij de behandeling van patiënten met reumatoïde artritis. Het is vooral effectief bij patiënten met auto-antilichaampositieve reumatoïde artritis. (Bij patiënten zonder aantoonbare antilichamen is het minder vaak effectief.) Gerlag: “Toen bleek dat dit effectief was bij patiënten met al langer bestaande reumatoïde artritis, was het een logische stap om het te verschuiven naar een eerdere fase van de ziekte. En met de PRAIRI-studie zijn we nog een stap verder gegaan, namelijk door het in een onderzoeksetting toe te passen bij mensen die nog nooit inflammatoire artritis hadden gehad, maar die wel ‘at risk’ zijn voor het ontwikkelen van de auto-antilichaampositieve vorm ervan. Dat dit onderzoek kon worden gedaan, is te danken aan het feit dat het met de huidige technieken mogelijk is om de ziekte al in de preklinische fase op te sporen, dus als er nog geen sprake is van het zichtbaar worden van ontstekingen in de gewrichten.”

Op zoek naar kandidaten
De PRAIRI-studie levert bewijs (zie kader) voor de pathogenetische rol van B-cellen in het vroegste, pre-artritis stadium van auto-antilichaampositieve reumatoïde artritis. Maar betekent het feit dat de ziekte al in deze fase aan te tonen is ook dat mensen in deze fase bij de huisarts of reumatoloog bekend zijn? “De makkelijkste groep om bij dit onderzoek te betrekken waren familieleden van bestaande patiënten”, zegt Gerlag, “we weten immers dat zij een verhoogd risico hebben. Maar om voldoende proefpersonen te kunnen includeren zijn we ook naar de Huishoudbeurs en de Libelle Zomerweek gegaan om mensen die al vaker last hadden van pijnklachten in de gewrichten uit te nodigen voor een bloedtest, om te kunnen beoordelen of ze geïncludeerd konden worden.”
Zo kwam de onderzoeksgroep aan voldoende mensen om te includeren in de gerandomiseerde, dubbelblinde, placebo-gecontroleerde PRAIRI-studie, waarin ze een eenmalige injectie van 1000 mg rituximab kregen toegediend of een placebo. “Toediening van rituximab is relatief veilig, maar toediening in deze fase is natuurlijk wel nieuw”, zegt Gerlag. “Dat brengt ethische implicaties met zich mee, want je behandelt dan mensen die nog geen reumatoïde artritis hebben, maar van wie we denken dat ze op weg zijn om het te ontwikkelen. De ethische commissie ging akkoord, maar stelde wel als voorwaarde dat bij het uitvoeren van de studie een commissie in het leven zou worden geroepen die de bijwerkingen in kaart moest brengen.” Er bleken inderdaad meerdere events te zijn, zowel in de rituximab-groep als in de controlegroep, maar die waren niet te herleiden tot het middel.

Eenmalig
De dosis van 1000 mg rituximab is gekozen omdat dit de standaarddosis is die wordt toegediend bij patiënten met reumatoïde artritis. Alleen krijgen zij twee keer deze dosis in twee weken, en hebben de proefpersonen in de PRAIRI-studie dit slechts eenmaal gekregen. “Het is echt een ‘proof of principle’-studie”, legt Gerlag uit. “Met de eenmalige toediening van 1000 mg rituximab wilden we bewijzen dat de B-cellen een heel belangrijke rol spelen in het ontstaan van reumatoïde artritis en dat het mogelijk is om via deze cellen de vroegste fase van de ziekte te beïnvloeden, met het oog op het uitstellen of zelfs voorkomen van de ziekte.”
De toediening van rituximab zorgt voor een vertraging van 12 maanden in de ontwikkeling van reumatoïde artritis, blijkt uit de studie. “Na gemiddeld 12 maanden was het aantal B-cellen bij de mensen die waren behandeld met rituximab weer terug op het uitgangsniveau van voor de behandelingen. Uiteindelijk ontwikkelden een gelijk aantal mensen in de rituximab-groep en in de placebogroep artritis. Je zou kunnen overwegen om mensen in deze heel vroege fase van de ontwikkeling van reumatoïde artritis een keer per jaar te behandelen met rituximab. Maar daarvoor is eerst verder onderzoek nodig naar de veiligheid en effectiviteit hiervan.”

Vervolgonderzoek
De onderzoeksresultaten hebben nog geen directe gevolgen voor de klinische praktijk. De belangrijkste uitkomst is dat ingrijpen op de B-cellen zorgt voor uitstel van het ziekteverloop. “Zoals ik al stelde, valt uit de onderzoeksresultaten af te leiden dat de ziektelastvrijcurves van de patiënten die wel en niet de rituximab toegediend hebben gekregen elkaar uiteindelijk gaan raken”, zegt Gerlag. “Er is dus geen genezing, de uitkomst is echter wel een belangrijke basis voor verder onderzoek gericht op preventie van auto-immuunziekten. Via het Innovative Medicines Initiatives is ook al een onderzoekconsortium tot stand gekomen dat zich richt op immuuntherapie en de ontwikkeling van een vaccin.”
Wat behandelaars op dit moment wel al zouden kunnen doen, zegt Gerlag, is meer aandacht besteden aan publieke bewustwording van het feit dat factoren als roken, overgewicht en een verminderde activiteit van de nervus vagus niet alleen het risico verhogen op bekende ziekten als hart- en vaatziekten en longkanker, maar ook op reumatoïde artritis. “De voorlichting hierover zou in eerste instantie gericht kunnen zijn op familieleden van patiënten die de ziekte al hebben”, zegt ze.


PRAIRI-studie

In deze gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie kregen 81 mensen met het vroegste, pre-artritis stadium van auto-antilichaampositieve reumatoïde artritis eenmalig 1000 mg rituximab toegediend of een placebo. Ze werden gemiddeld 29 maanden gevolgd, gedurende welke periode 37% artritis ontwikkelde. Het geobserveerde risico hierop in de met placebo behandelde groep bedroeg 40%, wat op 12 maanden met 55% werd gereduceerd in de rituximab-groep. Toediening van rituximab zorgde voor een vertraging van de ontwikkeling van artritis met 12 maanden, vergeleken met de placebobehandeling op het punt waar 25% van de geïncludeerde patiënten artritis had ontwikkeld. De conclusie luidt dat een eenmalige toediening van 1000 mg rituximab de ontwikkeling van artritis bij mensen die hiervoor at risk zijn aanzienlijk vertraagt, wat bewijs levert voor de pathogenetische rol van B-cellen in het vroegste, pre-artritis stadium van auto-antilichaampositieve reumatoïde artritis


  • Bronverwijzing
    1. Gerlag DM, Safy M, Maijer KI, et al. Effects of B-cell directed therapy on the preclinical stage of rheumatoid arthritis: the PRAIRI study Ann Rheum Dis. 2019;78:179-85.

Aandachtsgebied:

RA

Onderwerp:

B-cel PRAIRI rituximab

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen reumatologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.