Correlatie tussen HLA-typen en autoantilichamen bij myositis

Omdat de aanwezigheid van auto-antilichamen specifiek is voor bepaalde klinische subgroepen van idiopathische inflammatoire myopathieën (IIM), heeft het Myositis Genetics Consortium (MYOGEN) gezocht naar correlaties tussen het sero- en genotype om nieuwe risicovarianten te identificeren. De uitkomsten verschenen onlangs in ARD.

IIM zijn een spectrum van zeldzame auto-immuunziekten die gekenmerkt worden door spierzwakte en betrokkenheid van verschillende organen. Het sterkste genetische risico ligt binnen de major histocompatibiliteitscomplex (MHC). De onderzoekers verzamelden gegevens over de auto-antilichaamstatus in een cohort van 2.582 Kaukasische patiënten met IIM. Er werd een verband gevonden tussen het 8.1 ancestrale haplotype en anti-Jo-1-, anti-PM/Scl- en anti-cN1A-auto-antilichamen. Onafhankelijk van dit haplotype werden correlaties gevonden met anti-Mi-2 en anti-HMGCR auto-antilichamen.

Deze bevindingen bieden nieuwe inzichten in de functionele gevolgen van genetische polymorfismen binnen het MHC. Omdat er een verband bestaat tussen auto-antilichamen en specifieke klinische kenmerken van IIM, is kennis over de genetische risico’s die ten grondslag liggen aan het ontstaan van auto-antilichaamprofielen, van belang voor toekomstig onderzoek, aldus de onderzoekers.


  • Bronverwijzing
    1. Rothwell S, Chinoy H, Lamb JA, et al. Focused HLA analysis in Caucasians with myositis identifies significant associations with autoantibody subgroups. Ann Rheum Dis. 2019;78:996-1002.

Aandachtsgebied:

Overig

Onderwerp:

HLA MHC myositis

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen reumatologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.