Ribociclib verbetert PFS bij oudere patiënten met gevorderde borstkanker

Postmenopauzale patiënten (≥ 65 jaar) met gevorderd hormoonreceptorpositief, HER2-negatief mammacarcinoom hebben baat bij de toevoeging van ribociclib aan letrozol als eerstelijnsbehandeling voor hun ziekte. Zo blijkt uit een subgroepanalyse van de MONALEESA-2 studie, tijdens ECCO2017 gepresenteerd door Gabe Sonke (Nederlands Kanker Instituut).

In de gerandomiseerde MONALEESA-2 studie wordt de selectieve CDK4/6-remmer ribociclib (600 mg/dag) in combinatie met letrozol (2,5 mg/dag) (R+L) vergeleken met placebo plus letrozol (P+L) bij in totaal 668 patiënten. De huidige subgroepanalyse heeft betrekking op de 295 patiënten van ≥ 65 jaar (mediane leeftijd 71 jaar), 150 in de R+L-groep en 145 in P+L-groep.

Na een mediane behandelduur van 13,1 (R+L) resp. 12,2 maanden (P+L) was de PFS, het primaire eindpunt van de trial, significant beter met R+L. De mediane PFS in de R+L-groep was op dat moment nog niet bereikt terwijl deze in de P+L-groep 18,4 maanden bedroeg, resulterend in een hazard ratio van 0,608 in het voordeel van ribociclib.

Op het moment van de ‘data cut-off’ gebruikte nog 60% (R+L) resp. 53% (P+L) van de patiënten de bij randomisatie toegewezen behandeling. De belangrijkste redenen om eerder hiermee te stoppen waren ziekteprogressie (22% vs. 35%) en bijwerkingen (9% vs. 3%).  Bijwerkingen van graad 3/4 met een verschil in incidentie van ≥ 10% (R+L vs. P+L) waren neutropenie (60% vs. 0%) en leukopenie (21% vs. 1%). Volgens de onderzoekers is het veiligheidsprofiel van de combinatie van ribociclib en letrozol bij oudere patiënten vergelijkbaar met dat in de totale studiepopulatie.

Ribociclib ligt sinds eind 2016 ter beoordeling bij de FDA en EMA.



Aandachtsgebied:

Borst

Onderwerp:

HER2-negatief ribociclib

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen oncologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.