Advertentie

Groeiende aandacht voor de ondersteunende rol van voeding bij kanker

Nu kanker vaker een chronische in plaats van een dodelijke ziekte wordt, ontstaat meer ruimte om aandacht te besteden aan de ondersteunende rol die voeding heeft tijdens de behandeling en de periode erna. Geen eenvoudig onderzoek, stelt senior onderzoeker dr. Sandra Beijer bij Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL), maar er worden zeker stappen in gezet. Ook de informatievoorziening over voeding bij kanker aan patiënten is verbeterd.

Vindt voldoende onderzoek plaats naar de rol van voeding bij kanker? Die vraag kan niet goed worden beantwoord zonder rekening te houden met het verschil tussen de preventiefase en de fase waarin iemand al kanker heeft, vindt Sandra Beijer. “Naar de preventieve rol van voeding op het ontstaan van kanker is veel onderzoek gedaan”, zegt ze. “Het Wereld Kanker Onderzoeks Fonds baseert daar ook zijn richtlijnen op. Dat zijn adviezen zoals zorg voor een gezond gewicht, eet minder rood vlees, eet veel groenten en fruit, zorg voor voldoende lichaamsbeweging et cetera. Maar het wordt anders als het gaat om onderzoek naar het effect van voeding tijdens de behandeling van kanker. Er zijn immers veel typen kanker en binnen die typen bestaan vaak weer een aantal varianten. Patiënten kunnen zich bovendien in verschillende stadia van de ziekte bevinden en ook de behandelingen van kanker kunnen divers zijn met ieder hun eigen patroon van bijwerkingen. Dit maakt duidelijk waarom onderzoek naar de rol van voeding bij mensen die al ziek zijn zo moeilijk is. De invloed van wel of niet roken is gemakkelijker te onderzoeken, omdat je wel of niet rookt en hiermee kunt stoppen. Met voeding kun je niet stoppen en voeding of voedingspatronen bestaan uit zeer verschillende voedingsstoffen die zowel positieve en negatieve effecten op het lichaam kunnen hebben.”

Wat mogelijk ook meespeelt, is dat onderzoek bij kanker in eerste instantie vooral was gericht op behandelingsmogelijkheden die genezing mogelijk maken. Nu dit in toenemende mate succesvol begint te worden en kanker steeds vaker een chronische in plaats van een dodelijke ziekte wordt, begint ruimte te ontstaan voor onderzoek naar ondersteunende zorg. “Er ontstaat nu steeds meer interesse voor onderzoek naar bijvoorbeeld de rol die voeding en beweging tijdens en na de behandeling van kanker kunnen spelen”, zegt Beijer.

Ondersteunende rol
Onder onderzoekers en behandelaars neemt de overtuiging toe dat voeding een belangrijke ondersteunende rol speelt tijdens de behandeling van kanker. Zelf is Beijer bezig met onderzoek naar de relatie die voeding en training heeft op de lichaamssamenstelling, spierkracht en kwaliteit van leven van mannen die hormonale therapie ondergaan – al dan niet in combinatie met chemotherapie of radiotherapie – voor prostaatkanker. Hormonale therapie kan de ziekte lang onder controle houden, maar vermindert drastisch de productie van mannelijke geslachtshormonen. Hierdoor neemt hun vetmassa toe, vooral rond de buik, en hun spierkracht neemt af. “In de sportwereld is al aangetoond dat eiwitrijke voeding in combinatie met bewegen een positieve invloed heeft op de spiermassa, maar in de oncologie nog niet”, zegt ze. “Nog niet zo lang geleden werd deze patiënten aangeraden rust te nemen als de behandeling ze vermoeide, maar dit had alleen maar een averechts effect. Nu worden patiënten aangespoord om tijdens de behandeling te gaan trainen. In de studie bij mannen met prostaatkanker onderzoeken we of de combinatie van training met een eiwitsupplement de nadelige gevolgen van de hormonale behandeling op de lichaamssamenstelling kan voorkomen of beperken. Gedurende 20 weken worden deze mannen intensief begeleid. Daarna moeten ze hun lichamelijke activiteit zelf op een goed peil houden maar dat is vaak moeilijk, voegt Beijer toe. “Stoppen met trainen leidt er toe dat het effect weer teniet wordt gedaan. Het is dan dus wel iets wat de patiënt blijvend in zijn leefstijl zou moeten veranderen.”
Het onderzoek is opgezet als een multicenter trial. Patiënten kunnen nog tot 2020 worden geïncludeerd.

Na de behandeling
Naast de groeiende aandacht voor de ondersteunende rol van voeding om de behandeling goed te doorstaan en daarvan te herstellen, begint onder onderzoekers ook meer aandacht te ontstaan voor het belang van gezonde voeding ná de behandelperiode, om het risico op een recidief of het ontstaan van andere ziekten te verlagen. “Overgewicht verhoogt het risico op het ontstaan van bepaalde vormen van kanker maar verhoogt ook het risico op terugkeer van de ziekte”, verduidelijkt Beijer. “Je na de behandeling houden aan de richtlijnen van het Wereld Kanker Onderzoeks Fonds, waaronder het zorgen voor een gezond gewicht en voldoende lichaamsbeweging, verhoogt dus de kans op gezond verder leven. Maar we weten hoe moeilijk het is voor mensen om de richtlijnen te volgen. Mensen vinden het vaak gemakkelijker om de hypes te volgen waaraan de media veel aandacht besteden dan om echt hun leefstijl te veranderen. Het is ook gemakkelijker om kurkuma, superfoods, vitamine- en mineralentabletten te gebruiken dan om levenslang te werken aan gezonde voeding en beweging. Dit terwijl bijvoorbeeld vitaminepillen beslist niet zonder gevaar zijn. In hoge doses kunnen ze zelfs het effect van een behandeling hinderen. Vandaar mijn advies aan artsen: vraag altijd na wat patiënten naast hun voeding gebruiken aan supplementen. Als je er niet naar vraagt, kun je niet weten of er supplementen tussen zitten die een interactie met de behandeling aangaan. Als een patiënt gewoon kan eten, heeft hij bovendien geen voedingssupplementen nodig. En bij tekorten in de voeding is het zaak met beleid te suppleren en niet zomaar hoge doses te gebruiken.”

Diëtist in behandelteam
Beijer begon haar carrière als diëtist in diverse ziekenhuizen en begeleidde in die functie patiënten met kanker. Omdat ze geïnteresseerd was in het effect van voeding op ziekte, verrichte ze promotieonderzoek naar het effect van ATP op de voedingstoestand, de kwaliteit van leven en de overleving van patiënten met kanker. “Dat effect heb ik helaas niet kunnen aantonen”, zegt ze. “Maar de interesse om me verder in de materie te verdiepen is wel blijven bestaan.”

Inmiddels maakt in veel gevallen de diëtist standaard onderdeel uit van het oncologisch behandelteam. “Logisch”, vindt Beijer, “want oncologie vraagt om een multidisciplinaire behandeling en begeleiding en daar hoort de diëtist maar ook de fysiotherapeut bij. Zonder beweging kan namelijk geen spiermassa worden opgebouwd en zonder goede voeding kan er niet goed worden getraind. De patiënt moet ook tools meekrijgen om de aanpak na de behandeling succesvol voort te zetten, maar dat blijft toch lastig. Zolang je mensen intensief begeleidt kun je veel bereiken, maar daarna moeten ze het zelf doen. Gelukkig begint in de media ook steeds meer aandacht voor gezond leven te ontstaan. Dat is – in tegenstelling tot die hypes waarover ik het eerder had – wél een goede steun in de rug.”



Onderwerp:

voeding

Advertentie

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen oncologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.