Wanneer starten met levodopa? Resultaten van de LEAP-studie

Behandeling met levodopa in combinatie met carbidopa heeft geen ziektemodificerend effect, positief dan wel negatief, bij patiënten met een vroeg stadium van de ziekte van Parkinson, zo blijkt uit Nederlands onderzoek waarvan de resultaten onlangs zijn gepubliceerd in The New England Journal of Medicine.1

Ondanks het onbetwiste effect van levodopa op het verbeteren van bradykinesie en rigiditeit bij patiënten met de ziekte van Parkinson, zijn veel artsen terughoudend met het vroeg inzetten van deze behandeling in verband met mogelijke complicaties. Hoewel de ELLDOPA-trial was opgezet om vast te stellen of levodopa een ziektemodificerend effect heeft, waren de bevindingen niet eenduidig.2 Enerzijds suggereerden de klinische resultaten dat levodopa de progressie van Parkinson vertraagt, terwijl de SPECT-data van deze trial een minder gunstig effect lieten zien. Door middel van een ‘delayed start’-trial met twee fases probeerden Constant Verschuur en collega’s het potentiële ziektemodificerende effect van levodopa te onderscheiden van een direct effect op de symptomen.

LEAP

In deze dubbelblinde, placebogecontroleerde, multicentertrial werden 445 patiënten met een vroeg stadium van de ziekte van Parkinson gerandomiseerd naar levodopa (100 mg 3 dd) in combinatie met carbidopa (25 mg 3 dd) gedurende 80 weken (vroege start) of 40 weken placebo gevolgd door 40 weken levodopa in combinatie met carbidopa (uitgestelde start). De primaire uitkomst was het verschil tussen de groepen in de gemiddelde verandering van baseline tot week 80 in de totale score op de Unified Parkinson’s Disease Rating Scale (UPDRS, 0 tot 176). Secundaire analyses waren onder meer gericht op progressie van de symptomen, gemeten met de UPDRS-score, tussen week 4 en 40 en tussen week 44 en 80. Een verschil tussen de groepen aan het eind van fase 1 werd geïnterpreteerd als het resultaat van een effect op de symptomen, een ziektemodificerend effect, of beide. Een aanhoudend verschil tussen de groepen aan het eind van fase 2 werd verondersteld het resultaat te zijn van een ziektemodificerend effect, omdat het effect op de symptomen op dat moment vergelijkbaar zou zijn in beide groepen.

Geen ziektemodificerend effect

In totaal werden 222 patiënten toegewezen aan de vroege-startgroep en 223 patiënten aan de uitgestelde-startgroep. De gemiddelde (± SD) UPDRS-score op baseline was 28,1 ± 11,4 in de vroege- en 29,3 ± 12,1 in de uitgestelde-startgroep. De verandering in UPDRS-score tussen baseline en week 80 was respectievelijk -1,0 ± 13,1 en -2,0 ± 13,0 (verschil 1,0; 95%-BI -1,5 tot 3,5; p = 0,44). Dit niet significante verschil op week 80 impliceert dat levodopa geen ziektemodificerend effect had. Tussen week 4 en 40 was de snelheid van progressie van symptomen, gedefinieerd als het aantal UPDRS-punten per week, 0,04 ± 0,23 in de vroege-startgroep en 0,06 ± 0,34 in de uitgestelde-startgroep (verschil -0,02; 95%-BI -0,07 tot 0,03). Tussen week 44 en 80 ging het om respectievelijk 0,10 ± 0,25 en 0,03 ± 0,28 (verschil 0,07; tweezijdig 90%-BI 0,03 tot 0,10). Het verschil in progressie tussen week 44 en 80 voldeed hiermee niet aan het criterium voor ‘non-inferiority’ (0,055 punten per week) van vroege ten opzichte van uitgestelde behandeling. Ook het percentage patiënten met dyskinesie en levodopa-gerelateerde motorfluctuaties verschilde niet significant tussen de groepen, wat suggereerde dat patiënten in de vroege-startgroep niet negatief werden beïnvloedt door een langere blootstelling aan levodopa.


  • Bronverwijzing
    1. Verschuur CVM, Suwijn SR, Boel JA, et al. Randomized Delayed-Start Trial of Levodopa in Parkinson's Disease. N Engl J Med. 2019;380:315-324.
    2. Fahn S, Oakes D, Shoulson I, et al. Levodopa and the progression of Parkinson's disease. N Engl J Med. 2004;351:2498-508.

Aandachtsgebied:

Parkinson

Onderwerp:

carbidopa levodopa

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen neurologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.