Op zoek naar het verband tussen de REM-slaapgedragsstoornis en Parkinson

Hij wordt wel ‘de slaapprofessor’ genoemd. Prof. dr. Ysbrand van der Werf is sinds 1 mei 2018 hoogleraar functionele neuro-anatomie aan Amsterdam UMC, locatie VUmc. Zijn onderzoek betreft vooral slaap en slaapstoornissen, al dan niet gerelateerd aan een (neuropsychiatrische) aandoening. Een van zijn ambities is een onderzoekslijn naar het verband tussen de REM-slaapgedragsstoornis (RBD) en het ontstaan van de ziekte van Parkinson. Op donderdag 17 januari as spreekt hij zijn oratie uit.

Prof. dr. Van der Werf is werkzaam als onderzoeker en docent aan het Amsterdam UMC, locatie VUmc, en verbonden aan het Nederlands Herseninstituut (NHI). Opgeleid als bioloog en psycholoog, doet hij onderzoek naar (onder meer) slaapstoornissen, maar hij behandelt ze niet. Evengoed heeft hij behartigenswaardige zaken te melden over goed slapen, getuige bijvoorbeeld zijn boek Iedereen slaapt1 en de slaaptips die hij geeft. “Ik ben een niet-clinicus in een klinische omgeving”, zegt hij. “Daar voel ik me prima thuis, en met mijn preklinische onderzoek draag ik bij aan toekomstige klinische behandelingen.”

Wel en niet ziektegerelateerd
Het onderzoek van Van der Werf richt zich op cognitie en cognitieve disfunctie, in het bijzonder de rol van slaap als voorwaarde voor optimale cognitie. Een deel van dat onderzoek betreft niet aan ziekte gerelateerde slaap en slaapstoornissen. “Slaap is onontbeerlijk voor een goed onderhoud van het lichaam en de hersenen, hetgeen schade voorkomt”, aldus Van der Werf. “Tijdens diepe slaap worden de hersenen ‘schoongespoeld’, zogezegd.” Een andere functie van slaap, voegt hij toe, is het goed vastleggen van herinneringen, de bestendiging van het geheugen. Zo ontdekte Van der Werf dat leren door observatie beter vlak voor het slapengaan kan gebeuren dan aan het eind van de dag: het geleerde wordt dan de volgende dag beter in de praktijk gebracht.2 Ander onderzoek onder zijn leiding liet zien dat de hippocampus beter in staat is informatie op te slaan na voldoende diepe slaap met de bijbehorende trage hersengolven de nacht ervoor.3

Neuropsychiatrische aandoeningen
Daarnaast doet Van der Werf onderzoek naar slaapstoornissen die optreden bij neuropsychiatrische aandoeningen. In de psychiatrie kan een slaapstoornis het gevolg zijn van een aandoening, maar ook helpen deze aandoening in stand te houden. “Daarom kunnen we door het behandelen van de slaap bijvoorbeeld een depressie of angststoornis wellicht helpen verbeteren.” Het meeste onderzoek door Van der Werf betreft evenwel het verband tussen slaapstoornissen en cognitie bij neurologische aandoeningen, waaronder Parkinson en de ziekte van Alzheimer. “Slaapinterventies kunnen de cognitieve achteruitgang bij deze patiënten niet geheel wegnemen, maar misschien wel vertragen. Ze kunnen de gevolgen van slecht slapen binnen de grenzen van de ziekte minimaliseren, zodat patiënten hun cognitieve reservecapaciteit beter kunnen aanspreken.”

REM-slaapgedragsstoornis
Slaapstoornissen komen bij Parkinson veel voor. Bovendien kan een heel specifieke slaapstoornis optreden, al voorafgaand aan de eerste symptomen van Parkinson, namelijk RBD. Van der Werf heeft hiervoor in zijn oratie in januari 2019 een belangrijke plaats ingeruimd. “Ik wil graag een nieuwe onderzoekslijn in Nederland starten en een cohort van mensen met RBD vormen. Dat maakt longitudinaal onderzoek naar het beloop van deze stoornis en de transitie naar Parkinson mogelijk. Ook wil ik onderzoeken waarom patiënten met klinische of preklinische Parkinson slaapstoornissen hebben, en welke invloed die hebben op het welzijn.” Hij hoopt dat zijn onderzoek de weg effent voor een vroegere diagnose en daarmee een eerdere interventie, die de ziekte zou kunnen uitstellen of de symptomen ervan verminderen.

Parkinson gaat gepaard met neurodegeneratie en met de stapeling van specifieke eiwitten, waaronder alfa-synucleïne. Van der Werf legt uit: “Net als Alzheimer lijkt Parkinson een progressieve ziekte te zijn die in lage hersencentra begint en zich uitbreidt naar steeds hogere centra. RBD is mogelijk een teken dat de ziekte al in de hersenstam actief is, maar nog niet is opgeklommen naar centra die de beweging aansturen. De ziekte is dan nog mild en uit zich alleen in slaapstoornissen.”

Van der Werf denkt dat het aantal mensen met RBD in Nederland 20.000 à 30.000 bedraagt. “Wellicht zijn het er meer, omdat er waarschijnlijk van onderrapportage sprake is. Het enige symptoom is bewegen tijdens het dromen.” Hoeveel van hen Parkinson krijgen en in welke tijdsspanne deze transitie zich volstrekt, zal zijn onderzoek hopelijk gaan uitwijzen. “Er is bij RBD overigens sprake van mogelijke conversie naar een van in totaal drie met elkaar verband houdende aandoeningen: Parkinson (60%), lewy-body-dementie (30%) en multisysteematrofie oftewel MSA (10%). Hopelijk ontdekken we ook welke mensen met RBD converteren naar welk van de drie aandoeningen”

Noblesse oblige
Dat RBD Parkinson voorspelt, is al weer zo’n zeven jaar bekend. “Veel landen zijn daar met onderzoek bovenop gesprongen, Nederland niet. In het kader van mijn leerstoel zie ik het als een van mijn taken dat op te zetten. Ons land is als geen ander geoutilleerd voor een dergelijk cohortonderzoek. We zijn een klein land met een goed georganiseerde zorg, inclusief bevolkingsonderzoeken waarmee we mensen kunnen benaderen, we kunnen mensen consistent volgen, en we zitten heel goed in de faciliteiten met ons landelijke netwerk van slaapklinieken. Noblesse oblige: dan moet je dergelijk onderzoek ook gewoon gaan doen.” De voorbereidingen zijn in volle gang: “Als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Slaap- en Waakonderzoek (NSWO) kan ik slaapklinieken en academische centra heel gemakkelijk aanspreken en verzoeken om samenwerking.”

Zijn onderzoek beperkt zich zeker niet tot Parkinson alleen. In samenwerking met het MS-centrum van Amsterdam UMC locatie VUmc bijvoorbeeld, bewandelt Van der Werf ‘een zijpad’: slaapstoornissen en cognitie bij MS. “We willen onderzoeken of die met de ernst en het verloop van de MS zijn gecorreleerd, en welke invloed ze hebben op de cognitie.” Ook beoogt hij onderzoek bij slaapstoornissen bij Alzheimer. Over het grote belang daarvan zegt hij: “De belangrijkste reden voor opname van mensen met Alzheimer in een verpleeghuis is niet de geheugenstoornis, maar slecht slapen. Dat betekent een zeer grote belasting voor de partner. Die zou vaak best bereid zijn nog wat langer de zorg op zich te nemen, als de patiënt ’s nachts maar beter sliep. Hij kan het op een bepaald moment niet meer opbrengen dag én nacht te moeten klaarstaan.”

Meer aandacht
Slaap bevindt zich op een kruispunt van vakgebieden: met name huisartsgeneeskunde, neurologie, pulmonologie, psychiatrie en KNO. Ondanks de sleutelrol van slaap voor de fysieke en geestelijke gezondheid en voor de cognitie, krijgt slaap volgens Van der Werf niet de aandacht die het verdient in het basiscurriculum geneeskunde en de opleiding tot specialist. “De huidige generatie artsen wordt niet adequaat opgeleid op het gebied van slaap. Ik wil het binnen de VU en ook landelijk beter op de kaart zetten.” Van der Werf heeft in dit verband nog een belangrijke andere ambitie, waarin twee verenigingen een sleutelrol moeten gaan spelen: de al genoemde NSWO, die hij voorzit, en de Slaapgeneeskunde Vereniging Nederland (SVNL). “Met deze nauw gelieerde verenigingen ga ik ervoor ijveren om slaapgeneeskunde landelijk en Europees als subspecialisme te erkennen. Het is daar echt tijd voor.”

Tips voor een goede nachtrust
Omdat ook neurologen maar mensen zijn die mogelijk met slaapproblemen kampen, geeft Van der Werf een aantal belangrijke tips om goed te slapen, onder het motto: “Goede slaap is vooral een kwestie van regelmaat en routine”.

  • Zorg dat je ongeveer op dezelfde tijd gaat slapen en weer opstaat. Ook in het weekend.
  • Als het ’s avonds laat is geworden, sta dan toch op de gebruikelijke tijd op.
  • Lig niet te lang in bed: de slaapkamer is alleen bedoeld om te slapen (en voor één andere activiteit, u raadt al welke; daar slaap je niet slechter door.)
  • Niet in bed lezen, werken, TV kijken, piekeren.
  • Vermijd slaapverstoorders: na de lunch geen koffie meer (de halfwaardetijd van koffie is 4-6 uur), ’s avonds geen alcohol (anders slaap je minder diep), en ’s avonds niet doorwerken.
  • Doe vanaf twee uur voor het slapengaan alleen nog rustgevende dingen: geen sport, geen spannende film kijken, maar wel bijvoorbeeld een boek lezen.
  • Slaap niet te lang. Als je weet dat je zonder wekker 8 uur slaapt, slaap dan 7,5 uur.
  • Zorg dat het bed warm is, maar de slaapkamer koel.

  • Bronverwijzing
    1. van der Werf Y. Iedereen slaapt (2016). Amsterdam, Atheneaeum - Polak & van Gennep. ISBN13: 9789025304676.
    2. Van Der Werf YD, Van Der Helm E, Schoonheim MM, et al. Learning by observation requires an early sleep window. Proc Natl Acad Sci U S A. 2009;106:18926-30.
    3. Van Der Werf YD, Altena E, Schoonheim MM, et al. Sleep benefits subsequent hippocampal functioning. Nat Neurosci. 2009;12:122-3.

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen neurologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.