Onderzoek Huntington zet de deur naar genezing op een kier

Eric Reits, hoogleraar cellular imaging aan de Faculteit der Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam, is hoopvol gestemd over de mogelijkheid tot genezing van de ziekte van Huntington. Als bestuurslid van het Campagneteam Huntington, spant hij zich in om de ziekte meer bekendheid te geven en fondsen te werven voor onderzoek.

Nederland telt circa 1.700 mensen van wie bekend is dat ze aan de ziekte van Huntington lijden en tussen de 6.000-9.000 mensen die het gemuteerde gen hebben (gendrager, en dus ziek zullen worden) of het risico lopen om deze erfelijke ziekte te ontwikkelen (risicodrager, niet getest). Meestal tussen het 35ste en 45ste levensjaar, maar in zeldzame gevallen ook al in de tienerjaren. Hoezeer de ziekte in de taboesfeer zit, blijkt uit het aantal mensen dat zich laat testen op het dragerschap van het gen dat hiervoor verantwoordelijk is. In Nederland doet 10% dit. “Met die 10% is Nederland internationaal koploper”, zegt Reits. “In andere landen is het taboe erop nog veel groter dan in ons land. Veruit de meeste mensen laten zich dus niet testen. Wie zich niet laat testen, leeft echter vaak in onzekerheid, en deelt het risico weer met diens kinderen. En een deel van de mensen die dit wel doet en positief bevonden wordt, besluit toch om kinderen te nemen zonder selectiemogelijkheden zoals IVF, met het grote risico de ziekte dus aan hen door te geven. Gelukkig besluiten veel gendragers en risicodragers dat de ziekte bij hun moet stoppen, en kiezen ze voor IVF, dat ook wordt aangeboden aan risicodragers die niet willen weten of ze zelf gendrager zijn.”

Doodgezwegen
In tegenstelling tot bij andere ziekten waarvoor geld moet worden ingezameld voor wetenschappelijk onderzoek, is er niet één bekende Nederlander uit een huntingtonfamilie die zichzelf als boegbeeld durft op te werpen. De enige naam die wel met het ziektebeeld wordt geassocieerd, is die van de Amerikaanse folkzanger Woody Guthrie, en die stierf al in 1967. “De ziekte wordt letterlijk doodgezwegen, door families en door de omgeving”, zegt Reits. “We weten niet eens zeker of de aantallen kloppen. We zijn er altijd van uitgegaan dat 1:10.000 Nederlanders de ziekte heeft, maar op basis van de DNA-databank lijkt 1:2.500 een realistischer inschatting. Dit zegt wederom iets over de taboesfeer die rond de ziekte hangt, maar ook over de vraag of altijd de correcte diagnose wordt gesteld. Het kan worden verward met Parkinson of de ziekte van Alzheimer, zeker als de behandelend arts geen andere familieleden kent met klachten.”

Misverstanden
Bovendien is sprake van een grijs gebied. In ongeveer 5% van de gevallen wordt de ziekte gediagnosticeerd bij iemand van wie de vader of moeder wel gendrager is maar toch niet ziek is. “Die vader of moeder zit dan net onder de grens van de mutatie, een verlenging van een CAG-expansie in het gen dat codeert voor het huntingtine eiwit dat de eiwitklontering in de hersenen veroorzaakt en daarmee de ziekteverschijnselen”, zegt Reits. “Ook zijn er misverstanden, bijvoorbeeld als een huisarts stelt dat iemand zich niet zoveel zorgen hoeft te maken als de gendragende ouder zelf geen ziekteverschijnselen heeft. Dat is schijnzekerheid, want ook in dat geval kunnen de ziekteverschijnselen zich bij het kind wel degelijk openbaren.”

Somber perspectief
Reits stelt aan studenten de vraag of zij zouden willen weten of ze rond hun 35ste een ziekte krijgen die binnen 15 jaar na diagnose een eind aan hun leven maakt. Hij laat ook een gendrager vertellen over hoe het is om met deze kennis te moeten leven. “Vooral dat komt enorm binnen bij studenten”, zegt hij. “En de meesten zeggen na afloop dat ze het toch wel zouden willen weten.”

Bij degenen die gendrager zijn en die zich daadwerkelijk laten testen, overheerst na het bekend worden van de uitslag een soort opluchting, zegt hij. “Als de uitkomst negatief is, is dit vaak vermengd met schuldgevoel richting de andere kinderen in het gezin. En als de uitkomst positief is, dan zijn ze in ieder geval blij dat ze het weten. Ze kunnen dan hun leven erop afstemmen en ook een beslissing nemen over de vraag of ze wel of niet aan kinderen willen beginnen. Wat het afstemmen van de rest van het leven betreft, is die toekomst trouwens buitengewoon somber. Er is geen genezing en ook nauwelijks behandeling die verlichting biedt, de neuroloog kan feitelijk niet meer doen dan een slecht-nieuwsgesprek voeren. En dat gesprek is heftig, want het begint vaak met psychische symptomen als depressies en agressiviteit voordat de lichamelijke gevolgen merkbaar worden. En de ziekte heeft grote gevolgen voor zaken als studie, werk en verzekeringen. Hypotheekverstrekkers zullen echt niet coulant zijn.”

Op een kier
De deur naar genezing staat op een kier, zei Reits eerder dit jaar in een interview voor Noord-Hollands Dagblad, waarin aandacht werd gevraagd voor de activiteiten van Campagneteam Huntington om vier miljoen euro in te zamelen voor onderzoek. “Inmiddels is al drie miljoen binnen”, vertelt Reits, “en zijn al negen onderzoekslijnen gestart bij verschillende UMC’s en biotechbedrijven. In dit onderzoek staan twee routes centraal: de aanmaak van het huntingtine eiwit stoppen of de afbraak van deze eiwitten verbeteren.”

Een Nederlands biotechbedrijf heeft net FDA-approval gekregen voor trials. Reits: “Het gaat hierbij om het injecteren van een virus in de hersenen dat een anti-boodschap tegen het huntingtine eiwit bevat en dat daarmee de hersencellen aanzet om de hersenen zelf ook de noodzakelijke antistof tegen dit eiwit aan te maken.”

Eén minpuntje: dit onderzoek mag voorlopig niet in Nederland worden uitgevoerd, omdat het gentherapie is die leidt tot een genetisch gemodificeerd organisme. “We gaan overigens wel kijken of we in vervolgonderzoeken toch een rol kunnen spelen”, zegt Reits. Aan de betrokken partijen zelf zal dit niet liggen, want in het onderzoek naar de ziekte van Huntington bestaat een buitengewoon grote bereidheid tot samenwerking tussen onderzoekers en biotechbedrijven, nationaal en internationaal.

Reits mocht dit zelf aan den lijve ondervinden toen hij op een congres een hug kreeg van Nancy Wexler, de onderzoekster die 25 jaar geleden het gen ontdekte. Van een congresgenoot kreeg hij te horen wat dit betekende: nu hoor je bij de familie en ga ervan uit dat je binnenkort wordt uitgenodigd voor een workshop. “Dat gebeurde inderdaad ook”, zegt hij. “En het mooie van die onderzoeksgroepen is dat patiënten er altijd deel van uitmaken.”

Jongeren als ambassadeur
Dat het Campagneteam Huntington er kwam en juist nu actief is om de bekendheid met de ziekte te vergroten en fondsen te werven, heeft indirect te maken met het feit dat het Prinses Beatrix Fonds zes jaar geleden besloot zich volledig te gaan richten op spierziekten, waardoor bewegingsstoornissen die ontstaan in de hersenen en neuronen buiten de boot vielen. Stichting ALS startte toen direct een publiekscampagne, maar gelet op het taboe rond Huntington lag dat voor dit ziektebeeld niet zo voor de hand. “Dat terwijl we juist in onderzoek zulke waardevolle stappen aan het zetten waren”, zegt Reits. Hij besloot te gaan spreken op een jongerendag van de huntingtonvereniging, een grote groep jongeren bleken bereid om zich op te werpen als ambassadeurs en richtten het Campagneteam Huntington op, en vervolgens bleken diverse partijen bereid om gratis de fondswervingscampagne op te zetten. Het campagneteam draait volledig op vrijwilligers, het geld dat binnenkomt gaat voor 100% naar onderzoek. Reits: “Een onafhankelijke wetenschappelijke adviesraad bepaalt – samen met buitenlandse referenten – welk onderzoek het meest kansrijk is.”

De ultieme pil
Het mooist zou zijn als dit leidt tot een pil die iemand gewoon kan inslikken, stelt Reits. Waarbij hij aantekent dat het onderzoek hiernaar zich niet uitsluitend moet focussen op wat er in de hersenen van huntingtonpatiënten gebeurt. De meeste patiënten overlijden namelijk aan hartfalen. In een van de onderzoekslijnen worden alle bestaande geneesmiddelen getest op mogelijke effectiviteit tegen de ziekte van Huntington. “Het gebeurt vaker dat geneesmiddelen blijken te werken tegen andere kwalen dan waarvoor ze toelating tot de markt hebben gekregen”, legt Reits uit. “Maar we hebben het natuurlijk over honderdduizenden geneesmiddelen, dus dit is echt schieten met een schot hagel.”

Hoewel de deur naar een dergelijke oplossing nog slechts ‘op een kier’ staat, is zelfs nu al een duidelijk effect merkbaar in die zin dat het aantal mensen dat zich meldt voor onderzoek snel stijgt. “Veel mensen die zich eerder niet wilden laten testen, willen dat nu wel omdat ze geïncludeerd willen kunnen worden in trials, en al bekend willen zijn bij de neuroloog voor wat de toekomst gaat brengen”, zegt Reits.

Niemand praat erover
Op www.campagneteamhuntington.nl is informatie te vinden over te vinden over het Campagneteam Huntington en over de ziekte. Hier is ook de tv-spot te vinden die in 2016 is uitgezonden onder de aankondiging: ‘Een ziekte zo erg…dat niemand erover praat’. (www.doodgezwegen.nl)



Aandachtsgebied:

Bewegingsstoornissen

Onderwerp:

huntington

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen neurologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.