Hersenspiegelingen: oratie prof. dr. ir. Charlotte Teunissen

Vroege en specifieke biomarkers voor elke vorm van dementie. Dat hoopt prof. dr. ir. C.E. (Charlotte) Teunissen de komende jaren te bereiken als hoogleraar Neurochemie aan de Faculteit der Geneeskunde van de Vrije Universiteit Amsterdam. Op vrijdag 21 september sprak ze haar inaugurele rede uit.

Sinds begin dit jaar – 20 jaar nadat ze voor het eerst werden beschreven – vormen de biomarkers amyloïd-bèta en gefosforyleerd tau de basis van de diagnose Alzheimer in onderzoek en gespecialiseerde geheugenklinieken. Deze biomarkers kunnen gemeten worden in hersenvocht en met behulp van PET-scans. Voor andere vormen van dementie ontbreekt het echter nog aan zulke goede diagnostische biomarkers. Ook kan het ziektebeloop nog onvoldoende worden voorspeld en zijn de biologische processen die hieraan ten grondslag liggen complex en nog niet volledig bekend. Teunissen: “Deze leerstoel Neurochemie stelt mij in de gelegenheid om stappen te zetten richting het oplossen van verschillende vormen van dementie en andere neurologische ziekten. Dit wil ik doen door goede biomarkers te ontwikkelen voor de diagnose, prognose en het meten van de therapierespons.”

Biobanken
Bij dit onderzoek spelen biobanken een essentiële rol. Teunissen is verantwoordelijk voor een uitgebreide biobank met daarin hersenvloeistof, bloed en DNA van inmiddels meer dan 4.500 patiënten met verschillende vormen en fasen van dementie, van patiënten met andere neurologische aandoeningen en van mensen zonder geheugenklachten. Doordat in de afgelopen jaren protocollen zijn ontwikkeld om het verzamelen van hersenvocht te standaardiseren, is uitwisseling van patiëntmonsters uit andere biobanken wereldwijd mogelijk geworden en kunnen grote groepen patiënten met elkaar worden vergeleken.

Van hersenvocht naar bloed: neurofilament light
Naast het meten van markers in hersenvocht, kunnen hersenspecifieke eiwitten sinds kort ook in bloed gemeten worden door middel van nieuwe technieken. Deze ontwikkeling begon met het eiwit neurofilament light dat bij vrijwel alle neurologische aandoeningen verhoogd is in het hersenvocht. Met de ultragevoelige SiMoA-technologie kan deze biomarker – en daarmee zenuwschade – nu dus betrouwbaar in bloed worden vastgesteld. Ook kan dit eiwit worden gebruikt om de effectiviteit van behandelingen vast te stellen. Teunissen: “Een belangrijke vraag is of door deze bloedtest andere metingen, zoals MRI, achterwege gelaten kunnen worden. En kunnen we door het meten van neurofilament light eerder beslissen of een therapie effect heeft of juist niet?”

Amyloïd in bloed
Onderzoek van de groep van Teunissen heeft laten zien dat met de SiMoA-technologie ook amyloïdeiwitten in bloed kunnen worden gemeten en dat deze waarden een redelijk goede voorspeller zijn voor het krijgen van dementie. Een belangrijke toepassing van deze en nog gevoeligere amyloïdbloedtests ligt in de ontwikkeling van nieuwe therapieën. Zo hoopt Teunissen mensen met een verhoogd risico op Alzheimer te kunnen selecteren om de werking van nieuwe medicijnen te testen. Teunissen: “We denken namelijk dat de behandeling moet beginnen voordat er onomkeerbare schade is en dus ook voordat er symptomen zijn. We zijn er ook nog niet, we moeten ook andere eiwitten kunnen meten in bloed, zoals gefosforyleerd tau. Deze mogelijke toepassing gaat wel gepaard met een groot dilemma: het is namelijk maar zeer de vraag of je wilt weten of je over 5 of 10 jaar mogelijk dementie ontwikkelt, zonder dat er een behandeling is. Maar juist om behandelingen te ontwikkelen hebben we dit soort biomarkertests nodig.”

Vrije Universiteit Amsterdam



Aandachtsgebied:

Dementie

Onderwerp:

alzheimer biomarkers neurofilament light SiMoA

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen neurologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.