De invloed van de seizoenen op cognitie bij ouderen

De seizoenen hebben invloed op de cognitie van ouderen. Dit blijkt uit onderzoek1 waarin data werden geanalyseerd van 3.353 participanten in observationele cohortstudies (ouderen in de samenleving) en twee observationele cohortstudies in geheugenklinieken. De participanten kregen neuropsychologische tests voorgelegd. In een subcategorie werden uit hersenvocht biomarkers voor de ziekte van Alzheimer geëvalueerd. Van overledenen werden gestandaardiseerde gestructureerde autopsiemetingen verricht of werd met RNA-techniek prefrontale cortex genexpressie bepaald.

Er was een sterke associatie tussen seizoen en cognitie die werd gerepliceerd in meerdere cohorten. De gemiddelde samengestelde globale cognitieve functie was hoger in de zomer en herfst, vergeleken met de winter en lente, met het verschil equivalent in cognitief effect aan 4,8 jaar verschil in leeftijd. Verder was de kans op het voldoen aan de criteria voor milde cognitieve beperking of dementie hoger in de winter en lente. Deze resultaten werden niet beïnvloed door factoren als depressieve symptomen, slaap, fysieke activiteit en thyroïdstatus en waren ook aantoonbaar bij patiënten met de pathologische kenmerken van de ziekte van Alzheimer.

Verder hadden de seizoenen een duidelijk effect op het hersenvocht Aβ42-niveau, dat piekte in de zomer. Ze hebben ook invloed op de hersenexpressie van vier cognitie-geassocieerde modules van mede tot expressie gebrachte genen. Deze genen waren in fase of anti-fase met de ritmes van cognitie en worden op hun beurt weer geassocieerd met verbindingen voor verschillende door de seizoenen beïnvloede ritmische transcriptiefactoren. Hiertoe behoren BCL11A, CTCF, EGR1, MEF2C en THAP1.

Er is dus een duidelijke associatie tussen de seizoenen en cognitie en de daarbij behorende neurologische correlaten bij ouderen met en zonder pathologische kenmerken van de ziekte van Alzheimer.

Neuroloog Philip de Jager, een van de auteurs van dit artikel, stelt dat al eerder onderzoek is verricht naar de invloed van de seizoenen op cognitie. “Daarnaast is ook wel onderzoek gedaan naar hoe die cognitie over het verloop van de dag varieert”, vertelt hij. “Daarvan weten we dat hetzelfde mechanisme dat genexpressie beïnvloedt over de loop van de dag dit ook in het verloop van de seizoenen doet. Hetzelfde verschijnsel is in ander onderzoek ook al bij dieren vastgesteld. Bij mensen is dit onderzoek echter beperkt gebleven tot vrij geringe aantallen per studie. Bovendien werden hierbij vooral jonge mensen geïncludeerd en geen ouderen. Vandaar ons onderzoek, waarbij we dat juist wel hebben gedaan. Met de beperking dat we gegevens hebben geanalyseerd van groepen ouderen. Het zou ook interessant zijn om in onderzoek individuen over de tijd te volgen. Maar dergelijk onderzoek is kostbaar, dus dat zie ik in ieder geval voor de korte termijn niet als optie.”

Geen depressie
Op de vraag welke factoren het zijn die ervoor zorgen dat ouderen in de zomer en vroege herfst beter kunnen denken en zich beter kunnen concentreren dan in de winter en vroege lente, valt op dit moment nog geen antwoord te geven. “We hebben gedacht dat depressie – waaraan mensen ten prooi kunnen vallen als de dagen korter worden en de zonkracht afneemt – een rol kan spelen”, zegt De Jager. “Maar met die factor hebben we in het vaststellen van onze uitkomsten rekening gehouden en daarin blijkt het toch niet te zitten. We weten het dus nog niet. Misschien speelt blootstelling aan zonlicht wel een rol. We zien wel dat ouderen graag overwinteren in zonnige oorden. Hier ligt een interessante optie voor vervolgonderzoek. Bijvoorbeeld door de invloed van de seizoenen op cognitie te vergelijken tussen mensen die noordelijk wonen en mensen die dichtbij de evenaar wonen.”

Onderliggende mechanismen
Een van de conclusies uit het onderzoek is dat het verschil in cognitie tussen zomer/vroege herfst en winter/vroege lente – dat zich voordoet bij ouderen zonder en met dementie – vergezeld gaat van seizoensritmen in alzheimergerelateerde proteïnen in het hersenvocht en in de expressie van specifieke genen in de hersenen. “Dat leert ons iets over de onderliggende mechanismen”, zegt De Jager. “Bij Alzheimer spelen de proteïnen amyloïd en tau een rol en we zien dat amyloïd wordt beïnvloed door de seizoenen maar tau niet. We weten dat de genpatronen die met de seizoenen veranderen geassocieerd zijn met de cognitie. We weten alleen nog niet wat oorzaak is en wat gevolg is. Wat we wel weten, is dat de events die zich op moleculair niveau voordoen het beste aanknopingspunt vormen voor verder onderzoek. Misschien is het mogelijk om moleculen te ontwikkelen en in de mens te brengen die de schommelingen in cognitie over de seizoenen compenseren zodat die over het hele jaar heen op peil blijft.”

Moment van diagnose
Als de uitkomsten van het nu gedane onderzoek in een volgend onderzoek worden bevestigd, kan dit een reden zijn om mensen in de winter en vroege lente te diagnosticeren op dementie. “Daarmee zijn de mogelijkheden om in termen van behandeling iets voor ze te doen nog steeds beperkt”, zegt De Jager, maar het is in ieder geval wel goed als behandelaars zich bewust zijn van de invloed van de seizoenen op cognitie. Ze kunnen patiënten dan vragen om een paar maanden later opnieuw te komen voor onderzoek, zodat het beloop van hun cognitie zorgvuldiger in kaart kan worden gebracht.”


  • Bronverwijzing
    1. Seasonal plasticity of cognition and related biological measures in adults with and without Alzheimer disease: Analysis of multiple cohorts. PLoS Med. 2018;15:e1002647. doi: 10.1371/journal.pmed.1002647. eCollection 2018 Sep.

Aandachtsgebied:

Dementie

Onderwerp:

alzheimer cognitie depressie ouderen seizoenen

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen neurologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.