Afwezigheid ziekteprogressie bij ocrelizumab

Vergeleken met interferon bèta-1a vermeerdert behandeling met ocrelizumab het aantal patiënten met relapsing MS dat vrij blijft van ziekteprogressie, ofwel met no evidence of progression or active disease (NEPAD). Dat rapporteerden onderzoekers op basis van een analyse van de OPERA-studies.

In de OPERA I- en -II studies werd het anti-CD20-antilichaam ocrelizumab vergeleken met interferon bèta-1a bij patiënten met relapsing MS. Hieruit bleek dat ocrelizumab leidde tot een lagere ziekteactiviteit en een minder groot aantal mensen met ziekteprogressie. Voor de in Amsterdam gepresenteerde analyse gingen onderzoekers na hoeveel patiënten in de studies voldeden aan het nieuwe eindpunt NEPAD, dat bestaat uit no evidence of disease activity (NEDA) uitgebreid met bepalingen van de arm/handfunctie en het loopvermogen.

De onderzoekers rapporteerden dat na 96 weken behandeling bij significant meer patiënten uit de ocrelizumab-groep sprake was van NEPAD (21,5 vs. 39,3%; risk ratio 1,82). Het aantal patiënten met NEDA was in de interferon bèta-1a-groep 26,6% en in de ocrelizumab-groep 46,2%. Verder was ook vaker sprake van ‘geen aanwijzingen voor MRI-activiteit’ in de ocrelizumab-groep (respectievelijk 38,5 vs. 61,5%).

De onderzoekers concluderen dat de superioriteit van ocrelizumab ten opzichte van interferon bèta-1a wat betreft het bereiken van NEPAD bleek gedurende de gehele 96 weken durende behandeling en zichtbaar was in alle drie de individuele componenten die deel uitmaken van NEPAD.


  • Bronverwijzing
    1. Havrdova E, et al. Evaluation of No Evidence of Progression or Active Disease (NEPAD) in Patients With Relapsing Multiple Sclerosis in the OPERA I and OPERA II Trials. EAN 2017, PR1092.

Aandachtsgebied:

Multipele Sclerose

Onderwerp:

NEDA NEPAD ocrelizumab OPERA RMS

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen neurologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.