Maternale kinkhoestvaccinatie biedt zuigelingen optimale bescherming

Volgens planning wordt in de tweede helft van 2019 maternale kinkhoestvaccinatie opgenomen in het rijksvaccinatieprogramma. Hiermee wordt een passend antwoord gegeven op het probleem van de jarenlange toename van het aantal kinkhoestgevallen, waarvoor bij uitstek de allerjongsten extra gevoelig zijn. Bij het RIVM is de voorbereiding voor de invoering op dit moment in volle gang.

Wat is de meerwaarde van maternale kinkhoestvaccinatie als die vaccinatie al onderdeel uitmaakt van het reguliere Rijksvaccinatieprogramma? Kort gezegd zit die in het feit dat de vaccinatie voor kinkhoest in dat programma te laat komt, stelt Hans van Vliet, Rijksvaccinatieprogramma-manager bij het RIVM. “We zien dat het aantal gevallen van kinkhoest al jarenlang toeneemt en we weten dat er een gat zit in het programma, waardoor juist de meest kwetsbare groep kinderen – de zuigelingen direct na de geboorte – niet beschermd is. Per jaar zien we 100 tot 125 ziekenhuisopnamen van zuigelingen met kinkhoest en 1 of 2 van die kinderen overlijden. Juist in deze leeftijdsgroep verloopt de ziekte het ergst.” Bovendien is bij zuigelingen niet altijd direct goed vast te stellen of sprake is van kinkhoest. Ze kunnen een ademstilstand krijgen en dan in één keer heel ziek zijn. Bijkomend probleem is dat op die heel jonge leeftijd ook de prikkel om goed te hoesten nog niet goed ontwikkeld is.

De Gezondheidsraad heeft zich gebogen over de vraag wat de beste methode was om dit gat in het Rijksvaccinatieprogramma te dichten. Een vorm van cocooning door gezinsleden te vaccineren en zo een ring om de zuigeling heen te vormen, bleek nauwelijks uitvoerbaar. Een andere variant was eerder in het leven van de zuigeling vaccineren. Dit stuitte echter op het bezwaar dat het vaccin zo jong minder effectief is en daarmee is – zelfs bij zo vroeg mogelijke vaccinatie heel kort na de geboorte – een belangrijk deel van de kritische periode alweer achter de rug.

Van advies tot uitvoering
De Gezondheidsraad kwam uiteindelijk uit bij een derde optie: maternaal vaccineren. “Een methode die na een toename van het aantal kinkhoestgevallen in Engeland al enkele jaren wordt toegepast en die een succespercentage van ongeveer 90% biedt”, zegt Van Vliet. “Enkele andere landen passen deze methode ook al toe.” Op basis hiervan kwam de Gezondheidsraad eind 2015 tot een positief advies voor deze aanpak. Waarom is dan toch nu pas, op 17 juli jongstleden, de stap gezet naar daadwerkelijke uitvoering hiervan? “Dat heeft te maken met de ingewikkeldheid van de uitvoering”, vertelt Van Vliet. “We kennen in Nederland geen maternale vaccinatie. Het is – afgezien van de inenting van zwangere vrouwen tegen Mexicaanse griep, een eenmalige situatie – nieuw terrein voor ons. Het is bovendien de eerste vaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma die buiten de zorg voor kinderen valt, dus ook de doelgroep is nieuw voor ons. Dit betekent dat we eerst de beste optie moesten bepalen voor de uitvoering.”

In de zoektocht daarnaar passeerden drie opties de revue. De eerste – uitvoering via huisartspraktijken – viel al snel af. “Zij zagen slechts een adviserende rol voor zichzelf”, zegt Van Vliet. “Ze zien de zwangere vrouwen nauwelijks en spelen in tegenstelling tot huisartsen in Engeland ook geen rol in het Rijksvaccinatieprogramma.” Hiermee bleven twee opties over: de verloskundig zorgverleners en de jeugdgezondheidszorg. In ieder scenario is medewerking van deze twee zorgverleners van belang voor het slagen. Het RIVM ging met beide in gesprek en hoewel beide partijen positief tegenover het idee stonden en goed in staat om het uit te voeren, viel de politieke keus uiteindelijk toch op de jeugdgezondheidszorg.

“Een politieke voorkeur voor een rol van de jeugdgezondheidszorg in de zorg voor kinderen voordat ze geboren zijn, speelde ook een rol in deze beslissing”, zegt Van Vliet. “De jeugdgezondheidszorg is al betrokken bij het Rijksvaccinatieprogramma dus de logistieke lijnen liggen er al. Bovendien is het juridisch het eenvoudigst. Het zou wetstechnisch moeilijk worden om de uitvoering en financiering daarvan aan de verloskundig zorgverleners te laten, omdat zij onder de Zorgverzekeringswet vallen. Er was gelukkig draagvlak onder de uitvoerders van de jeugdgezondheidszorg, ondanks de extra werkdruk die de invoering van de meningokokkenvaccinatie hen al geeft. Wel is nieuw voor ze dat ze zich met de maternale kinkhoestvaccinatie niet meer beperken tot kinderen van 0 tot 18, maar zich gaan richten op -9 maanden tot 18.”

Stappen in de implementatie
Met deze keuze is het moment van implementatie echter nog niet aangebroken. “We moeten nog aanbesteden om tot de keuze voor het vaccin te komen”, vertelt Laura Antonise-Kamp, projectleider invoering maternale kinkhoestvaccinatie bij het RIVM. “Het gaat bij kinkhoest altijd om een combinatievaccin. Fabrikanten brengen op dit moment geen losse kinkhoestvaccins op de markt, ze investeren liever in combinatievaccins. Ze onderzoeken momenteel ook de mogelijkheden voor maternale vaccins tegen groep B-streptokokken en het RS-virus. Voor het programma maternale kinkhoestvaccinatie kiezen we voor DKT en daarvoor bestaan twee aanbieders. De aanbestedingsprocedure vergt zes tot negen maanden en de uitkomst garandeert dat de beschikbaarheid daarna geen probleem is, omdat de gekozen fabrikant een afnamegarantie voor een langere periode heeft. Ondertussen beginnen we de gesprekken met alle betrokken partijen – jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, gynaecologen, verloskundigen en huisartsen – om de route voor de voorlichting over het programma af te stemmen.”

De belangrijkste stap, de zwangere vrouwen benaderen, is niet de eenvoudigste. “We moeten ze in beeld krijgen”, zegt Antonise-Kamp, “en er is niet één registratie waarop we kunnen terugvallen om ze een brief te sturen, daar ligt een taak voor de verloskundige. Ook moet de vaccinatie een plaats krijgen in het aanbod van de jeugdgezondheidszorg. We kunnen niet kiezen voor groepsvaccinatie op één of twee momenten in het jaar, omdat zwangerschap het hele jaar door voorkomt. We moeten dus een combinatie zoeken met andere voorlichting rond zwangerschap en bevalling. Nu wordt veel voorlichting twee weken na de geboorte gegeven, dat kun je bijvoorbeeld naar voren halen. Ook moet de ICT nog worden geregeld, er is bij de jeugdgezondheidszorg nog geen dossier van de zwangere vrouwen.”

Aanpassen vaccinatieschema
Een extra aandachtspunt is dat door de introductie van de maternale kinkhoestvaccinatie mogelijk het vaccinatieschema na geboorte moet worden aangepast. Van Vliet legt uit: “We beginnen in Nederland heel vroeg met vaccineren, zes weken na de geboorte al en dat is juist vanwege de kinkhoest. Als we die vaccinatie al tijdens de zwangerschap geven, kan de eerste vaccinatie na geboorte mogelijk later. De Gezondheidsraad beraadt zich nu hierop. Wat hierbij een rol speelt, is dat niet bij alle zwangere vrouwen maternale kinkhoestvaccinatie zal werken. Niet alleen omdat we niet alle vrouwen bereiken of omdat een aantal de vaccinatie niet wenst, maar ook omdat sprake is van vroeggeboorten. De vaccinatie zal waarschijnlijk plaatsvinden in het derde trimester van de zwangerschap, tussen 28 en 32 weken. In Engeland vindt dit vanaf het tweede trimester plaats op basis van onderzoeken naar antistoffen, maar alle onderzoeken naar de effectiviteit van maternale vaccinatie hebben betrekking op vaccinatie in het derde trimester, daar moeten we eerst nog eens goed naar kijken.”

Fel debat
Zoals bekend woedt op dit moment een fel publiek debat over vaccinatie. Hoe wil het RIVM daarmee in relatie tot de voorlichting over de maternale kinkhoestvaccinatie omgaan? “Door te zorgen dat de relevante beroepsgroepen goed geïnformeerd zijn en dus hetzelfde verhaal vertellen, en door volledige openheid te bieden”, zegt Van Vliet. “Er zijn volop studies die de veiligheid van deze vaccinatie onderschrijven. En een vaccin is natuurlijk ook iets anders dan een geneesmiddel. Het zet het immuunsysteem van de moeder aan om antistoffen te maken die via de placenta het kind bereiken, een heel natuurlijk proces dus. Bovendien: je gaat niet vaccineren als het niet nodig is. Je wilt ernstige ziekten bij kinderen voorkomen.’

=======================
Nu al maternaal vaccineren
De invoering van de maternale kinkhoestvaccinatie staat gepland voor de tweede helft van 2019. Zwangere vrouwen hoeven hier echter niet op te wachten, ze kunnen de vaccinatie nu ook al krijgen via hun eigen huisarts of via het vaccinatiecentrum van de GGD. Alleen komt die dan voor eigen rekening, behalve als de mogelijkheid binnen iemands aanvullende verzekering valt. Op www.rivm.nl/kinkhoestvaccinatiezwangerevrouwen is informatie te vinden voor publiek en professionals. Ook publieke media brengen de mogelijkheid van maternale kinkhoestvaccinatie al onder de aandacht.



Onderwerp:

kinkhoest vaccin

Lees ook..


U heeft nog enkele gratis artikelen binnen longziekten. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.