Advertentie

Longontwikkeling van het kind zo vroeg mogelijk in kaart brengen

Liesbeth Duijts, kinderarts-pulmonoloog en epidemioloog in het Erasmus MC, is een van de onderzoekers in de Generation R Study, in het kader waarvan onder andere onderzoek wordt gedaan naar de invloed van de leefstijl van de zwangere vrouw op de longontwikkeling van het kind. Het onderwerp verdient meer klinische aandacht, vindt ze.

De resultaten van een recente studie die heeft plaatsgevonden binnen het grotere verband van de Generation R Study en waarover is gepubliceerd in European Respiratory Journal,1 suggereren dat een verhoogde maternale bloeddruk is geassocieerd met een lagere longfunctie en een verhoogd risico op astma in het kind. Duijts, een van de auteurs van de publicatie, vertelt: “Wat dit onderzoek zo interessant maakt, is dat we hebben gekeken naar het eerste trimester van de zwangerschap. We zien dat vooral de vroege zwangerschap het meest evident verband houdt met het ontstaan van luchtwegklachten bij het kind. Natuurlijk betekent dit nog niet dat we hieraan direct harde conclusies kunnen verbinden voor de klinische praktijk. We tonen een verband aan, maar voor het bepalen van causaliteit moet eerst dieronderzoek worden verricht of een gerandomiseerde klinische studie. Het gaat om subtiele relaties, die we op populatieniveau hebben aangetoond, dus het is nu zaak te bepalen waar de grens ligt waarop behandeling zou moeten worden aangeboden. In de late zwangerschap is dit – gelet op het risico van pre-eclampsie – veel duidelijker: dan kunnen bloeddrukverlagende middelen worden voorgeschreven aan de vrouw. Of dat ook het geval moet zijn bij vrouwen die in de vroege zwangerschap een verhoogde bloeddruk hebben, zou denk ik iets zijn dat na verder onderzoek gynaecologen moeten bepalen. Dat vraagt om een ander type studie dan wij hebben gedaan.”

Wel kan Duijts op basis van de huidige uitkomsten al stellen dat screening door de kinderlongarts van het kind dat is geboren uit een moeder met een verhoogde bloeddruk waardevol zou kunnen zijn. “Dat gebeurt nu niet”, zegt ze, “en het is misschien ook nog een brug te ver omdat we de onderliggende mechanismen die de invloed van hoge bloeddruk bij de moeder op de longontwikkeling van het kind bepalen nog onvoldoende in kaart hebben. Bij extreme prematuren die ernstige bronchopulmonale klachten hebben ontwikkeld vindt natuurlijk wel screening door de kinderlongarts plaats, omdat we van die groep weten dat ze meer kans hebben op longklachten en later een lagere longfunctie. Bij normale prematuren zijn de nadelige effecten veel kleiner. Maar we hebben met ander onderzoek wel onderstreept dat ook bij late prematuren extra aandacht voor longklachten en longfunctie aan de orde is.”

De rol van obesitas

Behalve verhoogde bloeddruk heeft ook obesitas van de aanstaande moeder invloed op de longontwikkeling van het kind. “Hetzelfde geldt als het kind in het eerste jaar na de geboorte te veel aankomt”, zegt Duijts. “Deze bevinding is inmiddels ook opgenomen in de internationale astmarichtlijn. Een kind dat in het eerste levensjaar te veel in gewicht aankomt, heeft ongeveer 30% meer kans op het ontwikkelen van astma dan kinderen die normaal in gewicht aankomen. We weten uit basaal onderzoek dat een verhoogd leptinegehalte bij overgewicht ook voor een verhoging van het cytokinegehalte kan zorgen, wat weer een rol speelt bij de ontwikkeling van astma. De gedachte is dat ditzelfde verband ook speelt als de zwangere vrouw te veel aankomt.”

Ook stress is een beïnvloedende factor. “Het was een verrassende uitkomst van ons onderzoek dat stress bij de moeder tijdens de zwangerschap de kans voor het kind op het krijgen van astma anderhalf tot twee keer zo groot maakt”, zegt Duijts. “Wat stress bij het kind zelf doet is moeilijker te meten, maar ook daarnaar loopt nu onderzoek.”

Interventie

Longartsen hebben zeker wel aandacht voor de longontwikkeling bij kinderen die te vroeg worden geboren, stelt Duijts. Maar ze is van mening dat er meer aandacht mag komen al tijdens de zwangerschap. “De vraag is natuurlijk wel van wie dan”, zegt ze. “Kinderlongartsen zien een kind pas na de geboorte. Hier in Rotterdam bestaat het preventieprogramma ‘Slimmer zwanger’, waarin vrouwen advies ontvangen over de dingen waarmee ze rekening moeten houden als ze zwanger worden. Aandacht voor hogere bloeddruk heel vroeg in de zwangerschap zit daar nog beperkt bij, maar dat zou wel meer aandacht moeten krijgen. We zijn dan ook in gesprek met kinderartsen, psychologen en bewegingswetenschappers om te bezien of het mogelijk is om al voorafgaand aan de zwangerschap een interventie te doen. We zijn nu bezig met het ontwikkelen van een onderzoeksopzet, waarin de ene groep vrouwen de standaardinformatie blijft ontvangen en de andere groep specifiek hierop toegesneden informatie, om te achterhalen welk effect het aanbieden daarvan heeft op vroeggeboorten en op de longontwikkeling van het kind. We hopen hiermee eind 2019 te kunnen starten.”

Epigenetica

Een ander aspect dat in relatie tot dit onderwerp aandacht verdient, is epigenetica. “We hebben het tot nu toe de hele tijd gehad over leefstijleffecten”, zegt Duijts. “De gedachte was dat leefstijlfactoren niet van invloed zijn op de genen die zorgen voor een verhoogd risico op het krijgen van astma. Maar omgevingsfactoren kunnen wel van invloed zijn door epigenetische processen. DNA-methylatie is het meest bestudeerde epigenetische proces en recente technische ontwikkelingen hebben het mogelijk gemaakt om DNA-methylatie te bestuderen in grote populaties. In samenwerking met andere Europese cohorten hebben we gevonden dat roken en foliumzuurwaarden tijdens de zwangerschap invloed hebben op DNA-methylatie van de pasgeborene, en dat DNA-methylatie van de pasgeborene invloed heeft op longfunctie en astma later in het leven. Hierdoor begrijpen we weer wat beter hoe astma kan ontstaan. Het is beslist zaak dat zwangere vrouwen foliumzuur gebruiken omdat het spina bifida kan voorkomen, maar afhankelijk van het genetisch profiel van moeder en kind kan het ook een minder positief effect hebben.”

Vervolgonderzoek

Verder onderzoek is nodig om meer inzicht te krijgen in de invloed van leefstijl op zwanger worden en de vroege longontwikkeling. Daarom is in het verlengde van de Generation R Study nu de Generation R Next Study opgezet. Duijts legt uit: “De Generation R Study start bij de foetale leeftijd maar mist de embryonale fase. Daarom vragen we nu aan vrouwen die zwanger willen worden om mee te doen aan onderzoek dat ons meer inzicht moet verschaffen in de invloed van leefstijl en sociaaleconomische status op zwanger worden en op het vroege longontwikkelingsproces. Op dit moment zijn al 1500 vrouwen geïncludeerd, en in 2019 gaan we metingen doen bij de kinderen. Met behulp van 3D-echo kunnen we al vanaf 8 of 9 weken zwangerschap de longontwikkeling in kaart brengen en vanaf 11 of 12 weken de hoofdluchtpijp en de vertakkingen links en rechts. Na de geboorte hopen we op 6 weken met MRI de longen en luchtwegen in kaart te kunnen brengen.”

Daar blijft het niet bij, want ook het microbioom wordt onderwerp van onderzoek. “We weten dat bacteriën die zich in het lichaam bevinden invloed kunnen hebben op de luchtwegen”, zegt Duijts. “In dit deel van het onderzoek willen we in kaart brengen welke bacteriën de moeder en vader bij zich dragen, wat ze daarvan overdragen op het kind en welke invloed dat op de longen van het kind heeft.”


  • Bronverwijzing
    1. Wilmink FA, den Dekker HT, de Jongste JC, et al. Maternal blood pressure and hypertensive disorders during pregnancy and childhood respiratory morbidity. The Generation R Study. Eur Respir J. 2018 Oct 11. [Epub ahead of print]

Aandachtsgebied:

Astma

Onderwerp:

kinderen zwangerschap

Advertentie

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen longziekten. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.