“ECTR maakt geneesmiddelenonderzoek complexer”

De European Clinical Trial Regulation (ECTR) is de nieuwe EU-wetgeving voor klinisch geneesmiddelenonderzoek. De ECTR moet onderzoek binnen de EU vereenvoudigen en versnellen, maar prof. Herman Pieterse (Profess Medical Consultancy) betwijfelt sterk of dat gaat gebeuren. “Procedures rond geneesmiddelenonderzoek worden juist complexer. Misschien zelfs zo complex dat onderzoekers afhaken en er misschien wel minder onderzoek zal plaatsvinden.”

In 2016 is gestart met de voorbereidingen op de invoering van de ECTR. In Nederland gebeurt dit door de Dutch Clinical Research Foundation (DCRF) en de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). Het uiteindelijke doel van de ECTR is dat patiënten sneller kunnen profiteren van nieuwe behandelmogelijkheden. Het moet voor onderzoekers in de EU gemakkelijker worden om samen te werken, waardoor grootschaliger en meer betrouwbaar onderzoek mogelijk is en resultaten eerder beschikbaar zijn. Daarnaast moet de wetgeving de EU aantrekkelijk houden voor opdrachtgevers van klinisch geneesmiddelenonderzoek, waarvan ook Nederland kan profiteren. Alle informatie rond klinische studies komt via een Europees webportaal in een centrale Europese databank die wordt ontwikkeld door de European Medicines Agency (EMA). De ECTR wordt van kracht een half jaar nadat het webportaal en de database zijn ingericht. Dat laatste wordt niet voor eind dit jaar verwacht.

Beoordeling
De toetsing van een multinationale studie gebeurt gezamenlijk door de deelnemende lidstaten en bestaat uit 2 delen. Deel 1 is de medisch-wetenschappelijke en de protocolbeoordeling. Per studieprotocol is 1 van de lidstaten de ‘reporting member state’. Dit land stelt het beoordelingsrapport op, in afstemming met de andere betrokken lidstaten. Deel 2 omvat nationale zaken, zoals de informatiebrief voor proefpersonen, de verzekering, vergoedingen aan proefpersonen en onderzoekers, en de geschiktheid van onderzoekers en faciliteiten. Deze beoordeling gebeurt door iedere lidstaat afzonderlijk. In Nederland zal de beoordeling van studies gebeuren door de CCMO en 12 Medisch-ethische Toetsingscommissies (METC’s): 8 bij de academische centra en 4 regionale.
Pieterse voorziet vele knelpunten en haken en ogen. Zo kan het volgens hem nog wel jaren duren voordat de Europese portal en de database klaar zijn. De EMA zit immers in een moeizame verhuizing van London naar Amsterdam en heeft momenteel de handen vol aan de Brexit. “Ze zijn nog niet toegekomen aan de database en kunnen daarvoor ook nog geen planning geven. Het is wel goed dat de database er komt, want nu worden nog veel documenten heen en weer gestuurd. Dat hoeft straks niet meer, en dat is winst. Maar het is wel noodzakelijk dat de database straks goed functioneert. Er zijn inmiddels genoeg voorbeelden van haperende grootschalige ICT-projecten.”
De nieuwe regels zijn volgens Pieterse bovendien niet altijd logisch. Zo gaat het oordeel van de ethiekcommissies in de verschillende landen niet over het onderzoeksprotocol. Want dat is dan al goedgekeurd door een wetenschapscommissie. “Ethiekcommissies mogen alleen kijken naar de faciliteiten en de uitvoerbaarheid. Maar dat strookt niet met de werkwijze van ethiekcommissies. Het protocol is voor hen essentieel voor een beoordeling. Ik denk zelfs dat ook ethiekcommissies in de studiecentra naar het protocol willen kijken. Maar dat mag dus niet. Dit punt zal nog een hele uitdaging worden.”

Hogere medicijnprijzen
Onder de ECTR wordt één lidstaat aangewezen om toestemming voor de studie te verkrijgen voor alle deelnemende lidstaten. “Dat klinkt fantastisch, maar in de praktijk zullen bijvoorbeeld de Fransen echt niet pikken dat wij voor hen gaan beslissen”, voorziet Pieterse.
Bij een studie wordt in elk deelnemend centrum een principal investigator aangesteld, die verantwoordelijk is voor de voortgang en voor de geïncludeerde patiënten. Een van deze onderzoekers wordt coördinerend onderzoeker, waarschijnlijk per land. Pieterse: “Er zijn ideeën voor een coördinerend onderzoeker per studie, maar ik denk dat de taken daarvoor te complex zijn.”
Feitelijk, denkt Pieterse, lijdt de EU onder de grootschaligheid. Er is enorm veel bureaucratie en landen zitten lang niet altijd op één lijn, waardoor veel plannen verzanden. De bureaucratie zou in het geval van de ECTR wel eens kunnen leiden tot hogere prijzen voor medicijnen. “Want fabrikanten redeneren wellicht dat er meer regels zijn, en dat dus meer mensen nodig zijn waardoor de ontwikkelkosten hoger worden. En voor onderzoekers wordt het door de bureaucratie veel ingewikkelder. Behandelaars die een nieuw medicijn willen voor hun patiënten zijn de dupe. We kunnen alleen iets voor patiënten bereiken als we gezamenlijk goed klinisch onderzoek doen, zoals ik zelf ook zo’n 40 jaar heb gedaan. Maar als we het zo ingewikkeld maken, haken artsen af omdat ze niet aan de bureaucratie willen of kunnen meedoen. Dan zal Nederland snel afzakken wat betreft innovatie en zullen misschien wel minder studies worden gedaan.”

Ernstig beschadigd
Pieterse baseert zijn verwachtingen op eerdere ervaringen met EU-regelgeving. Zo heeft de Clinical Trial Directive begin deze eeuw een groot negatief effect gehad op wetenschappelijk onderzoek. Dat schreef ook oncoloog prof. Angus Dalgleish van het St George’s Hospital in London in oktober 2016 in The Telegraph. Hij vindt dat de EU het wetenschappelijk onderzoek in Engeland ernstig heeft beschadigd. Hij is daarom blij met de Brexit, omdat Engeland daarmee wordt bevrijd van de EU-regelgeving. Bureaucratie, inefficiëntie en logheid hebben het klinisch onderzoek in Engeland de das omgedaan, schreef hij. Lopende studies zijn stopgezet omdat ze niet aan de regels voldeden, wat volgens Dalgleish en collega’s heeft geresulteerd in duizenden onnodige doden. Hij heeft zelfs patiënten doorverwezen naar behandelaars in Duitsland, dat zich had teruggetrokken uit de EU-wetgeving.
Geneesmiddelenstudies zullen er dus niet eenvoudiger op worden, vreest Pieterse. Dat geldt overigens ook voor wetenschappelijke studies met medische hulpmiddelen of andere interventies, waar eveneens EU-regelgeving voor komt. “Onderzoekers zullen hun handen in de lucht gooien, omdat ze er niet uitkomen. Ik heb een Europees formulier gezien van 18 pagina’s in heel kleine letters, waar ingewikkelde informatie wordt gevraagd. Ik sprak een onderzoeker die al enkele weken bezig was om dat in te vullen. Het lukte hem gewoon niet, en er was nergens expertise om hem te helpen. Het zou daarom sowieso goed zijn als er een expertisecentrum komt voor regelgeving. Want het is al een uitdaging om door dat ene formulier heen te komen. Een onderzoeker met ambitie om een studie te doen met een nieuw geneesmiddel haakt gewoonweg af. Ik ben bang dat dat alleen maar meer zal gaan gebeuren.”
De bedoelingen van de wetgeving zijn goed, stelt Pieterse, maar onderzoekers zelf hebben nauwelijks iets te zeggen gehad. “Het wordt over onze hoofden heen besloten, met minimale input van onderzoekers. Die hadden natuurlijk bij de gesprekken moeten zitten. Onderzoek moet gebeuren met een goed draaiboek, goede beoordeling en controle, en goede uitvoering. En dat moet zo eenvoudig mogelijk worden ingericht. De nieuwe wetgeving zorgt alleen maar voor meer complexiteit en bureaucratie. Dat gaat ten koste van de motivatie en het plezier om studies te doen.”


U heeft nog enkele gratis artikelen binnen longziekten. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.