Nederlandse Vereniging van Internist-Infectiologen geeft beroepsgroep meer gewicht

Ruim een jaar geleden werd de Kamer voor Internist-Infectiologen van de Vereniging voor Infectieziekten opgeheven, om plaats te maken voor de nieuwe Nederlandse Vereniging van Internist-Infectiologen (NVII). Bestuursvoorzitter prof. dr. Annelies Verbon en secretaris dr. Sanjay Sankatsing, als internist-infectiologen werkzaam respectievelijk in het Erasmus MC en in een perifeer ziekenhuis in het midden van het land, lichten toe wat hier achter zat.

“In de loop der jaren hebben verschillende leden van de Vereniging voor Infectieziekten (VIZ) hun eigen beroepsbelangenverenigingen opgericht,” begint Annelies Verbon. “Zo hebben arts-microbiologen zich verenigd in de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM) en bestaat er de Koepel Artsen Maatschappij & Gezondheid (KAMG). Ook wij als internist-infectiologen hadden al enige jaren behoefte aan een vereniging voor beroepsbelangen en kwaliteit en daarom is er gezocht naar een adequate manier om dit vorm te geven. In eerste instantie is toen vastgesteld dat het goed zou zijn als de VIZ daar nauw bij betrokken zou blijven. Er werd voor gekozen om binnen de VIZ ruimte te bieden aan een orgaan voor het uitdragen van de beroepsbelangen en het waarborgen van de kwaliteit van het vakgebied: de in 2015 opgerichte Kamer voor Internist-Infectiologen (KvII). Toch bleek dit al snel een niet zo’n efficiënte constructie, omdat tegelijkertijd de Nederlandse Internistenvereniging (NIV) aangaf een veel intensiever contact te willen hebben met deelspecialistische verenigingen in Nederland, bijvoorbeeld die voor internist-endocrinologen en internist-hematologen. Vandaar dat toen in een ledenvergadering is besloten om niet langer door te gaan als KvII onder de VIZ, maar aansluiting te zoeken bij de NIV en een Nederlandse Vereniging van Internist-Infectiologen (NVII) te worden. We zijn dus nu een deelspecialistische vereniging van de NIV, met eigen statuten.”

Beter vertegenwoordigd

“Eigenlijk was er in Nederland nooit een goed aanspreekpunt voor infectiologen,” stelt Sanjay Sankatsing. “Daar bestond altijd veel verwarring over. Als iemand van het RIVM of het ministerie van VWS contact zocht met internist-infectiologen, kwamen in eerste instantie de VIZ of de NIV in beeld. Had men dan uiteindelijk de KvII gevonden, dan bleek deze weer te vallen onder de VIZ. Maar nu zijn we echt een onderdeel van de NIV, met een eigen gezicht.” Verbon: “En andere belangrijke redenen zijn dat er via de NIV ook een directe lijn is naar de Federatie Medische Specialisten (FMS) en we vanuit de NVII kunnen deelnemen aan werkgroepen van de NIV, zoals de werkgroep Kwaliteit, waarin ook de andere deelspecialistische verenigingen van de NIV participeren. Zo zit in de NIV-commissie Richtlijnen nu iemand van de NVII. Voor de internist-infectiologen in Nederland zijn we nu een veel betere vertegenwoordiging, die op beleidsniveau kan meepraten. Dat is denk ik toch wel het grootste voordeel van de NVII boven de KvII.”

De oprichting van de NVII werd op 7 mei 2018 notarieel bekrachtigd in Utrecht. Aanvankelijk bleef onder voorzitterschap van Verbon het voltallige zes-koppige bestuur van de KvII aan, maar begin dit jaar hebben twee leden plaatsgemaakt voor nieuwe gezichten. Sankatsing heeft de taak van secretaris op zich genomen en doet nu nog de ledenadministratie, maar het is de bedoeling dat de NIV daarvoor nog dit jaar een (deel)secretariaat ter beschikking stelt in de Utrechtse Domus Medica. De overige bestuursleden zijn dr. Marvin Berrevoets (penningmeester), dr. Luc Gelink, prof. dr. Andy Hoepelman (Sectie Infectieziekten) en dr. Veroniek Spoorenberg (fellow infectieziekten). De NVII telt nu officieel 131 leden. Ook internist-infectiologen i.o. kunnen lid worden.

Ook aandacht voor onderzoek

Beiden benadrukken dat de NVII vooral is gericht op beroepsbelangen en kwaliteit. Verbon: “Maar we zijn natuurlijk óók een wetenschappelijk vereniging en zullen dus wetenschappelijke bijeenkomsten over infectieziekten organiseren en er ook tijdens de internistendagen van de NIV aandacht aan blijven besteden.” Sankatsing benadrukt dat dergelijke bijeenkomsten wel altijd samen met andere deelgebieden zullen moeten worden georganiseerd, omdat het vanuit de invalshoek van interne geneeskunde alléén te beperkt zou zijn. “Binnen de infectieziekten wordt multidisciplinair gewerkt. Als NVII trekken we uiteraard ons eigen plan, maar blijven op dit gebied nauw samenwerken met de NVMM. Zo organiseren we samen op donderdag 21 november in Utrecht een wetenschappelijke bijeenkomst.

De NVII bemoeit zich verder niet met de opleiding tot internist-infectioloog.  “De opleiding wordt geregeld door de Sectie Infectieziekten van de NIV, bestaande uit de opleiders van academische en perifere ziekenhuizen,” legt Verbon uit. “Maar we onderhouden er uiteraard wel nauw contact over. Om dit contact te borgen is een lid van de Sectie Infectieziekten tevens bestuurslid van de NVII.”

Wat betekent het voor de VIZ dat de internist-infectiologen officieel zijn uitgestapt? “Het is aan de leden van de VIZ te bepalen hoe ze verder gaan, daar hebben wij als NVII geen zeggenschap over,” constateert Verbon. En hoe is nu de relatie met de NVMM? “Dat contact is prima en er is ook bestuurlijk overleg. We organiseren dingen samen, stemmen af over belangrijke dossiers.” Ook op het gebied van richtlijnen? Sankatsing: “Vanuit de NIV en FMS is er een structuur voor het ontwikkelen van richtlijnen. Het initiatief voor zo’n richtlijn kan komen van internist-infectiologen of arts-microbiologen. NVII, NVMM en ook NIV mandateren dan mensen voor een werkgroep. Zo zijn bijvoorbeeld voor de Richtlijn Staphylococcus Aureus vierinternist-infectiologen samen met leden van andere beroepsgroepen gemandateerd in de werkgroep die is georganiseerd door de NVMM. Daarnaast is er de Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB), waarin naast internist-infectiologen bijvoorbeeld ook arts-microbiologen, apothekers en kinderartsen zitten, die landelijke richtlijnen formuleert voor antibioticagebruik.”

In historisch perspectief

In 1970 werd op initiatief van prof. dr. W.R.O. Goslings, prof. dr. R.P. Mouton en dr. R. van Furth de Infectieziektenclub opgericht, om artsen uit Nederland en Vlaanderen die betrokken waren bij de diagnostiek, behandeling en preventie van infecties (dus internisten, kinderartsen, medisch microbiologen en chirurgen, en ook infectiologen i.o.) gezamenlijk twee keer per jaar een wetenschappelijke vergadering te laten houden. Twee jaar later werd door deze club de werkgroep Richtlijnen Gevoeligheidsbepalingen in het leven geroepen, met als doel in Nederland de laboratoriumbepalingen te standaardiseren. Nadat in 1974 het clubbestuur met vijf leden was uitgebreid, besloot men tot het oprichten van een meer formele vereniging: 15 mei 1976 was de Vereniging voor Infectieziekten (VIZ) een feit. Doelstelling: de bevordering van de studie en de verspreiding van kennis ten aanzien van etiologie, pathogenese, epidemiologie, kliniek, diagnostiek, behandeling en preventie van infectieziekten, zodanig dat alle facetten daarvan op evenwichtige wijze tot hun recht komen. Een actieve vereniging: vier jaar later werd samen met de Vereniging voor Hygiënisten bij de intramurale gezondheidszorg, de Nederlandse vereniging voor Laboratoriumartsen en de Medische Raad van CBO de werkgroep Infectie Preventie opgericht en in 1990 richtte de VIZ de Stichting ter Bevordering van Onderzoek en Onderwijs in Infectieziekten op, de latere Stichting Infectieziekten. Om in Nederland de infectiebehandeling met immunomodulatoren te coördineren volgde het jaar daarop de Werkgroep Immunotherapie Infecties.

Rond de eeuwwisseling hebben de Vlamingen zich van de VIZ afgescheiden. Vervolgens hebben de art-microbiologen zich afgescheiden in de NVMM (hun beroepsbelangenvereniging) en de artsen voor maatschappij en gezondheid in de KAMG.

De VIZ kent diverse onderdelen, zoals de Sectie Infectieziektenbestrijding (een wetenschappelijke vereniging), de Sectie Infectieziekten (in 2005 gefuseerd met de Sectie Immunologie van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde), de Werkgroep Tropische Geneeskunde en, tot voor kort, de Kamer van Internist-Infectiologen (KvII). Sinds vorig jaar is deze KvII als onderdeel van het Platform Deelspecialistische Verenigingen van Interne Geneeskunde verder gegaan als Nederlandse Vereniging van Internist- Infectiologen.

 



Aandachtsgebied:

Overig

Onderwerp:

beroepsgroep NVII

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen infectieziekten. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.