Eerste patiënt in Nederland behandeld met tisagenlecleucel CAR T-celtherapie

In het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie (‘het Máxima’) is onlangs het eerste kind met een B-cel ALL buiten studieverband met tisagenlecleucel (Kymriah®) CAR T-celtherapie behandeld. Kinderoncologen prof. dr. P.M. (Peter) Hoogerbrugge en prof. dr. C.M. (Michel) Zwaan vertellen over deze mijlpaal.

“De CAR T-celtherapie waar het om gaat is gericht tegen CD19 dat zich bevindt op B-lymfatische leukemiecellen en op normale B-cellen”, vertelt Hoogerbrugge. Er zijn eerder vijf Nederlandse kinderen met B-cel ALL in het buitenland behandeld met CAR T-cellen. Een patiënt uit het Máxima is in Duitsland behandeld, de overige vier patiënten zijn vanuit het toenmalige kinderoncologisch centrum van het Erasmus MC naar het buitenland verwezen, drie naar Gent en één naar de Verenigde Staten. “Deze patiënt is überhaupt de eerste in Nederland die buiten studieverband maar als reguliere zorg met CAR T-celtherapie wordt behandeld”, aldus Zwaan. “En daar zijn we uiteraard erg blij mee. Het is een behandeling die een aanzienlijk deel van de kinderen met B-celleukemie alsnog kan redden.”

Kans op genezing
Tisagenlecleucel is geregistreerd voor kinderen en jongvolwassenen (tot 25 jaar) met refractaire B-cel ALL, die de leukemie voor de tweede keer hebben gekregen, of de leukemie terugkrijgen na een stamceltransplantatie. Tot nu toe was de kans op genezing bij deze patiënten lager dan 10%. “Ongeveer 85% van de kinderen met ALL kunnen we in de eerste lijn genezen. Bij ongeveer 15 tot 20% van de kinderen komt de leukemie terug, waarvan we wederom een groot deel kunnen genezen met de huidige standaardbehandeling”, licht Hoogerbrugge toe. “En als dat niet lukt, dan pas komt een patiënt in aanmerking voor CAR T-celtherapie. Naar schatting geneest ongeveer 40 tot 60% van hen. De follow-up van de meeste studies naar CAR T-celbehandeling bij kinderen met B-cel ALL is echter nog kort. Of er daadwerkelijk sprake is van genezing, weten we eigenlijk pas na vijf tot tien jaar. Zover zijn die studies nog niet.”

Zwaan vult zijn collega aan: “Studies in de VS hebben laten zien dat patiënten bij wie de CAR T-cellen na een jaar nog aantoonbaar zijn zonder dat de ziekte is teruggekomen, een goede kans hebben te overleven. Dat kunnen we monitoren door te kijken of er B-lymfocyten in het bloed aanwezig zijn. Zijn ze afwezig, dan gaan we er vanuit dat de CAR T-cellen nog werkzaam zijn. Zwaan verwijst hiermee naar de publicatie van dr. Shannon Maude en collega’s in New England Journal of Medicine.1

Eigen T-cellen
De eerste Utrechtse patiënt heeft recent de CAR T-cellen ontvangen. “De behandeling is goed gegaan en de procedure is veilig doorlopen”, zegt Zwaan. “Dat is goed nieuws. Bij CAR T-celtherapie kunnen bijwerkingen optreden zoals een cytokinestorm. In het algemeen kun je stellen: hoe hoger de leukemische load, hoe groter de kans op dergelijke bijwerkingen.”

Om tisagenlecleucel te produceren worden via leukaferese eigen T-cellen van patiënten onttrokken. Deze cellen worden ex vivo genetisch gemodificeerd door gebruik te maken van een lentivirale vector die codeert voor een anti-CD19 chimere antigeenreceptor (CAR). Na een voorbehandeling met chemotherapie kunnen de eigen (autologe) CAR T-cellen worden teruggeplaatst via intraveneuze infusie.

“Een dergelijke behandeling is een samenwerkingsverband tussen ontzettend veel mensen en partijen. Het is echt teamwork”, vertelt Hoogerbrugge. “Naast ons klinische team is dat onder meer Sanquin die de leukaferese voor haar rekening neemt. Vervolgens worden de cellen ingevroren door de celtherapiefaciliteit van het UMC Utrecht en naar de productiefaciliteit gestuurd die het product maakt, dat wil zeggen de eigen T-cellen genetisch verandert in CAR T-cellen. Daarna komen de CAR T-cellen terug in de celtherapiefaciliteit en worden ze in het Máxima toegediend aan de patiënt.”

Levenslang
Hoogerbrugge en Zwaan schatten dat ze jaarlijks ongeveer 10 tot 15 patiënten op deze manier zullen gaan behandelen. “We vervolgen kinderen met kanker altijd levenslang, en dat geldt zeker voor deze kinderen die genetisch gemodificeerde cellen hebben ontvangen”, vertelt Zwaan. “Er komt vanuit de registratie-autoriteiten een protocol om patiënten na CAR T-celtherapie verplicht 15 jaar te volgen. En ook binnen de European Society for Blood and Marrow Transplantation, EBMT, hebben we afgesproken dat ook gegevens van patiënten die buiten studieverband worden behandeld met CAR T-celtherapie zullen worden geregistreerd.”

De vraag die momenteel hoog op de agenda staat: kan CAR T-celtherapie in een eerdere lijn een zware stamceltransplantatie vervangen? “Binnenkort opent een studie naar CAR T-celtherapie bij patiënten in de zeer-hoogrisicogroep. In de studie willen we nagaan of deze kinderen baat hebben bij CAR T-celtherapie”, aldus Hoogerbrugge. “En voor CAR T-celtherapie als tweedelijnsbehandeling wordt momenteel een studieprotocol geschreven.”

Optimale toestand
Theoretisch is een transplantatie na CAR T-celtherapie mogelijk. Zwaan: “Dat is belangrijk, want als de therapie niet helpt, kan alsnog een stamceltransplantatie worden overwegen.” Een andere optie die ze willen onderzoeken is CAR T-celtherapie als behandeling om patiënten in een optimale toestand te brengen voor een stamceltransplantatie. Hoe goed de CAR T-cellen werken in een eerdere lijn en hoeveel patiënten genezen, zal moeten blijken. Hoogerbrugge en Zwaan zijn hoopvol.


  • Bronverwijzing
    1. Maude SL, Laetsch TW, Buechner J, et al. Tisagenlecleucel in children and young adults with B-cell lymphoblastic leukemia. N Engl J Med. 2018;378:439-48.

Aandachtsgebied:

Leukemie

Onderwerp:

B-ALL CAR T-cel kinderen tisagenlecleucel

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen hematologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.