Caplacizumab bij verworven trombotische trombocytopenische purpura

Bij patiënten met trombotische trombocytopenische purpura (TTP) is behandeling met caplacizumab geassocieerd met een snellere normalisatie van het aantal bloedplaatjes, een lagere incidentie van het samengestelde eindpunt van TTP-gerelateerd overlijden, recidief-TTP of een trombo-embolisch event tijdens behandeling, en daarnaast met een lager percentage patiënten met een recidief in vergelijking met placebo. Dat blijkt uit de HERCULES-studie waarvan de resultaten onlangs zijn gepubliceerd in The New England Journal of Medicine.

Bij verworven TTP leidt een immuungemedieerde deficiëntie van het enzym ADAMTS13 tot een toegenomen adhesie van von Willebrand factor (vWF)-multimeren aan bloedplaatjes en microtrombose, wat resulteert in trombocytopenie, hemolytische anemie en weefselischemie. Caplacizumab, een gehumaniseerd bivalent nanobody gericht op het A1-domein van vWF, remt de interactie tussen vWF en bloedplaatjes.

HERCULES

In de dubbelblinde, gecontroleerde HERCULES-trial werden 145 TTP-patiënten gerandomiseerd naar caplacizumab (10 mg intraveneuze bolus, gevolgd door 10 mg dagelijks subcutaan) of placebo tijdens de plasmafereseperiode en gedurende 30 dagen daarna. Het primaire eindpunt was de tijd tot normalisatie van het aantal bloedplaatjes, waarbij dagelijkse plasmaferese binnen vijf dagen werd gestopt. De belangrijkste secundaire uitkomsten waren een samengesteld eindpunt van TTP-gerelateerde sterfte, recidief-TTP of een trombo-embolisch event tijdens de periode dat de studiemedicatie werd gegeven; recidief-TTP op elk moment tijdens de studie; refractaire TTP, en normalisatie van markers voor orgaanschade.

Snellere normalisatie

De mediane tijd tot normalisatie van het aantal bloedplaatjes was korter met caplacizumab dan met placebo (2,69 dagen (95% betrouwbaarheidsinterval (BI) 1,89 tot 2,83) versus 2,88 dagen (95%-BI 2,68 tot 3,56); p = 0,01). Daarnaast was de kans daarop 1,55 maal groter bij patiënten die caplacizumab kregen in vergelijking met patiënten in de placebogroep. Het percentage patiënten met een composietevent was 74% lager met caplacizumab dan met placebo (12 versus 49%; p < 0,001) en het percentage patiënten met een recidief (op elk moment tijdens de studie) 67% lager met caplacizumab (12 versus 38% met placebo; p < 0,001). Geen van de patiënten in de caplacizumab-groep en drie patiënten in de placebogroep ontwikkelden refractaire ziekte. Patiënten die caplacizumab kregen hadden minder lang plasmaferese nodig en waren korter opgenomen in het ziekenhuis in vergelijking met patiënten die placebo kregen.

Veiligheid

De meest voorkomende bijwerking was een mucocutane bloeding, wat werd gerapporteerd bij 65% van de patiënten in de caplacizumab-groep en bij 48% van de deelnemers in de placebogroep. In de placebogroep overleden drie patiënten tijdens de periode dat studiemedicatie werd gegeven. Een patiënt in de caplacizumab-groep overleed aan cerebrale ischemie nadat de studiemedicatie was beëindigd.


  • Bronverwijzing
    1. Scully M, Cataland SR, Peyvandi F, et al. Caplacizumab Treatment for Acquired Thrombotic Thrombocytopenic Purpura. N Engl J Med. 2019 Jan 9. [Epub ahead of print]

Aandachtsgebied:

Benigne hematologie

Onderwerp:

caplacizumab TTP

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen hematologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.