Allogene SCT bij AML-patiënten met een recidief na autologe SCT

In een retrospectieve studie naar de effectiviteit van allogene stamceltransplantatie (allo-HSCT) bij AML-patiënten met een recidief na autologe stamceltransplantatie (ASCT) werd een 3-jaars leukemievrije overleving van 31,4% gevonden en een totale overleving van 39,5%. Meer tijd tussen ASCT en het recidief, transplantatie tijdens een tweede complete remissie en géén totale lichaamsbestraling voorafgaand aan ASCT waren geassocieerd met een betere uitkomst.

Maximilian Christopeit et al. onderzochten met behulp van de gegevens van 537 volwassen patiënten met de novo-AML uit de European Society for Blood and Marrow Transplantation (EBMT-)database, de uitkomst (en prognostische factoren daarvoor) van allo-SCT na een recidief post-ASCT. De mediane leeftijd van de deelnemers was 45 jaar (18-78) en de mediane tijd tussen de ASCT en het recidief 10 maanden (range 0,6‐176; IQR 5,8‐19,1). Voorafgaand aan allo‐HSCT had 75% van de patiënten een tweede complete remissie (CR2) bereikt, terwijl 25% nog in relaps was. De conditionering was myeloablatief (MAC) bij 46% en ‘reduced intensity’ (RIC) bij 54% van de patiënten. Grafts waren afkomstig van een HLA-identieke broer of zus (MSD, 18%), niet gerelateerde donor (UD, 57%) of een haplo-identieke donor (13%). Bij de overige 12% werd navelstrengbloed gebruikt. De mediane follow-up was 52,3 maanden voor overlevende patiënten (1-167).

Een derde gebaat bij allo-SCT na recidief

Drie jaar na allo-SCT was de leukemievrije overleving (LFS) 31,4% (95%-BI 27,3-35,6), de totale overleving (OS) 39,5% (95%-BI 35,1-43,9), de relapsincidentie (RI) 34,6% (95%-BI 30,4-38,8) en de non-relapsmortaliteit (NRM) 33,7% (95%-BI 29,6-37,9). De RI was hoger bij patiënten die de transplantatie ondergingen tijdens een recidief in vergelijking met patiënten bij wie dat gebeurde tijdens CR2 (HR 1,76; p = 0,004) en lager bij patiënten die later (> 10 maanden, mediaan) ten opzichte van eerder na de ASCT een recidief kregen (HR per maand 0,97; p < 10−3). Recidieven kwamen ook minder vaak voor bij patiënten die stamcellen kregen van een UD in vergelijking met een MSD (HR 0,49; P < 10-3). Bovendien bleek de NRM hoger te zijn bij patiënten die totale lichaamsbestraling (TBI) kregen voorafgaand aan de ASCT (HR 2,43; p < 10-4), wat zich vertaalde in een slechtere LFS/OS. De overleving verschilde echter niet tussen patiënten die RIC of MAC ondergingen.


  • Bronverwijzing
    1. Christopeit M, Labopin M, Gorin NC, et al. Allogeneic stem cell transplantation following relapse post autologous stem cell transplantation in adult patients with acute myeloid leukemia: A retrospective analysis of 537 patients from the Acute Leukemia Working Party of the EBMT. Am J Hematol. 2018 Sep 14. [Epub ahead of print]

Aandachtsgebied:

Leukemie

Onderwerp:

allo-HSCT AML

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen hematologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.