Split-dose voorbereiding bij coloscopie verbetert de adenoomdetectiegraad

Het bepalen van het genotype van patiënten met hepatitis C geeft informatie over hun kans om te ‘genezen’ na een behandeling met antivirale medicatie. Zodoende kunnen de resultaten behulpzaam zijn bij het selecteren van patiënten die in aanmerking komen voor een levertransplantatie, aldus onderzoekers tijdens de DDW in Chicago. 

De onderzoekers gingen na of variaties in het PNPLA3-gen (Patatin-like phospholipase domain containing 3) het herstel van patiënten met gedecompenseerde hepatitis C konden voorspellen. Dit gen is één van de belangrijkste genetische risicofactoren voor zowel alcoholische leverziekte als voor niet-alcoholische steatohepatitis. Voor de studie werd gekeken naar het single nucleotide polymorfisme Rs738409, waarvan drie varianten voorkomen (CC, CG en GG).

Deelnemers aan de studie waren 32 patiënten met Child-Pugh B of C levercirrose die aanvankelijk een sustained virologic response (SVR) hadden op direct werkende antivirale middelen. De patiënten werden 12 tot 48 weken na het bereiken van een SVR vervolgd met behulp van het Model for End-stage Liver Disease (MELD) en aan de hand van de Child-Pugh-classificatie.

De onderzoekers zagen dat tijdens de follow-up bij 5 van de 16 patiënten met het CG of GG genotype de MELD-score of de Child-Pugh-classificatie verergerde, terwijl dit maar bij 1 van de patiënten met het CC genotype het geval was. In deze groep patiënten met het CG-, of GG-genotype was de MELD-score na 48 weken 2,3 punten hoger en de Child-Pugh-classificatie 1,7 punten. De resultaten vormen een eerste stap naar een meer gepersonaliseerde behandeling voor patiënten met hepatitis C, concluderen de onderzoekers.



Aandachtsgebied:

Hepatologie

Onderwerp:

antiviraal steatohepatitis

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen gastro-enterologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.