Oudere IBD-patiënten vaccineren met nieuw herpesvaccin?

Patiënten met IBD (colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn) hebben een verhoogde kans op infectie met het herpes-zostervirus. Is het zinvol om IBD-patiënten te vaccineren voorafgaand aan hun behandeling? Volgens MDL-arts dr. Maurice Russel van het Medisch Spectrum Twente is het goed om daarover te gaan nadenken, gezien de komst van een nieuw vaccin dat wellicht geschikt is voor IBD-patiënten.

Vaccinatie van IBD-patiënten tegen het herpes-zostervirus (HZ) was tot nu toe niet aan de orde. “Er is weliswaar een vaccin beschikbaar, maar dat bevat verzwakt levend virus. Dat is niet te gebruiken bij IBD-patiënten die biologicals of thiopurines gebruiken”, vertelt Russel. Maar er is nu een nieuw recombinant vaccin tegen herpesvirussen beschikbaar (zie kaders onderaan) dat geen levend virus bevat. “Dus dat lijkt wel geschikt voor IBD-patiënten.”

Gordelroos

Het merendeel van de bevolking (circa 90%) heeft antistoffen tegen HZ. Dit virus staat ook bekend als het varicella-zostervirus, waterpokkenvirus of humaan herpesvirus type 3. Het veroorzaakt waterpokken bij kinderen en gordelroos bij volwassenen. Waterpokken- en gordelroosvaccinatie worden momenteel niet grootschalig toegepast in Nederland. In verschillende Europese landen is waterpokkenvaccinatie opgenomen in het vaccinatieprogramma. Gordelroosvaccinatie wordt in enkele landen gedaan bij ouderen. In 2016 heeft de Gezondheidsraad geadviseerd om gordelroosvaccinatie niet op te nemen in het Rijksvaccinatieprogramma of het via de zorgverzekering te vergoeden.

Gordelroos kan ontstaan door reactivatie van latent virus, bijvoorbeeld bij gebruik van immunosuppressiva. Bij IBD lijkt de ziekte op zichzelf de kans op een HZ-infectie te vergroten, ook zonder immunosuppressiva.1 De incidentie van gordelroos is 20% verhoogd bij patiënten met colitis ulcerosa en 60% bij patiënten met de ziekte van Crohn.2 “Hierover verschijnen de laatste tijd regelmatig wetenschappelijke publicaties”, vertelt Russel. “Ook uit Aziatische landen, waar het risico op infectie misschien nog hoger ligt. Daarnaast lijkt het risico verhoogd voor patiënten jonger dan 50 jaar op combinatietherapie.” In de Amerikaanse studie1 werd het hoogste risico gevonden bij patiënten ouder dan 60 jaar op combinatietherapie (thiopurine met een biogical).

Relatie met IBD

Een recente editorial in Clinical Gastroenterology and Hepatology3 beschrijft enkele recente studies over HZ-infectie bij IBD-patiënten. Volgens de auteurs is het verhoogde risico op HZ-infectie bij deze patiënten te verklaren door verstoring van het immuunsysteem vanwege de ziekte zelf, door de ernst van de IBD of door immunosuppressie. Zo kunnen thiopurines en anti-TNF-therapie de reactivatie van het virus bevorderen. Ook nieuwe therapieën vergroten de kans op HZ-infectie. Bijvoorbeeld JAK-remmers verstoren de werking van interferon en daarmee antivirale mechanismen. Gebruik van bijvoorbeeld tofacitinib vergroot daardoor het risico op infectie met HZ. In de registratiestudies voor tofacitinib werden 22 infecties gerapporteerd, waarvan 18 met herpes zoster. Het is echter nog de vraag of alle JAK-remmers het risico op HZ-infectie verhogen. Tofacitinib remt voornamelijk JAK1 en JAK3, maar filgotinib remt specifiek JAK1. In de fase II FITZROY-studie met filgotinib werd geen verhoogde kans op HZ-infectie gezien, maar de studie was niet gericht op het veiligheidsprofiel van het middel.

Optie

Vaccinatie van IBD-patiënten vóór hun behandeling is in theorie een optie om IBD-patiënten te beschermen tegen HZ-infectie. De vraag is nog wel voor welke patiënten vaccinatie zinvol is, op welk moment en hoe vaak dat moet gebeuren en bij gebruik van welk middel. In de praktijk worden IBD-patiënten in Nederland nog niet gevaccineerd, aldus Russel. “In de VS wordt vaccinatie van IBD-patiënten al wel geadviseerd, met name bij oudere patiënten. Gordelroos zelf is al vervelend en pijnlijk, maar een deel van de patiënten krijgt blijvend last van zenuwpijn. Dat is erg belastend. Het virus kan ook in de gevoelszenuw van het oog komen. Daardoor kan ontsteking van het hoornvlies of aan de binnenkant van het oog ontstaan, en soms verhoogde oogdruk of zelfs blindheid.”

Met de komst van het nieuwe recombinant vaccin tegen herpesvirussen wordt op korte termijn een nieuw advies verwacht van de Gezondheidsraad. “Overigens is vaccinatie van IBD-patiënten momenteel geen punt van discussie onder behandelaars in mijn omgeving”, besluit Russel. “We weten dat infectie met herpes zoster bij deze patiënten vaker voorkomt, maar het is niet iets wat we iedere week zien. Maar met de komst van het nieuwe vaccin en nieuwe therapieën is vaccinatie wel iets om over te gaan nadenken.”

Nieuw vaccin

Het nieuwe vaccin tegen herpes zoster (Shingrix) is een recombinant vaccin voor volwassenen van 50 jaar en ouder. Het vaccin is geïndiceerd voor de preventie van herpes zoster en postherpetische neuralgie bij volwassenen van 50 jaar of ouder. Het wordt toegediend in 2 doses met 2 maanden tussentijd. De noodzaak van boosterdoses is nog niet vastgesteld.
In 2 grote placebogecontroleerde geblindeerde fase III-werkzaamheidsstudies (ZOE-50 / Zoster-006: 15.405 volwassenen ≥ 50 jaar; ZOE-70 / Zoster-022: 13.900 volwassenen ≥ 70 jaar) verlaagde Shingrix significant de incidentie van herpes zoster in vergelijking met placebo bij proefpersonen ≥ 50 jaar (6 vs. 210 gevallen in ZOE-50) en bij proefpersonen ≥ 70 jaar (25 vs. 284 gevallen in de gepoolde analyse van ZOE-50 en ZOE-70).
Shingrix verlaagde tevens significant de incidentie van postherpetische neuralgie in vergelijking met placebo bij volwassenen van ≥ 50 jaar (0 vs. 18 gevallen in ZOE-50) en bij volwassenen van ≥ 70 jaar (4 vs. 36 gevallen in de gepoolde analyse van ZOE-50 en ZOE-70).
Het vaccin was na 4 jaar nog werkzaam bij 93,1% van de deelnemers ≥ 50 jaar en bij 87,9% van de deelnemers ≥ 70 jaar. De beschermingsduur na 4 jaar wordt op dit moment onderzocht.
Er zijn nog geen gegevens over de veiligheid en werkzaamheid van Shingrix bij kinderen en adolescenten.

Risico verlagen

De auteurs van de editorial2 concluderen dat het risico van HZ-infectie hoog is bij patiënten met IBD, ook bij patiënten jonger dan 50 jaar. Het risico kan nog toenemen door het gebruik van nieuwe middelen zoals tofacitinib en andere JAK-remmers. Vaccinatie kan HZ-infectie bij IBD-patiënten voorkomen. Het risico van HZ-infectie bij jongere patiënten moet verder worden onderzocht, onder meer om vast te stellen voor wie vaccinatie geschikt is en wat het risico is van opvlamming van de ziekte na immunisatie. De auteurs pleiten intussen voor vaccinatie van patiënten ouder dan 50 jaar met het nieuwe recombinant zoster-vaccin.

[foto: NFP Photography]


  • Bronverwijzing
    1. Khan N, Patel D, Trivedi C, et al. Overall and Comparative Risk of Herpes Zoster With Pharmacotherapy for Inflammatory Bowel Diseases: A Nationwide Cohort Study. Clin Gastroenterol and Hepatol. 2018;16:1919-27.
    2. Gupta G, Lautenbach E, Lewis JD. Incidence and risk factors for herpes zoster among patients with inflammatory bowel disease. Clin Gastroenterol Hepatol. 2006;4:1483-90.
    3. Caldera F, Farraye FA, Kane S. The Who and Why of Herpes Zoster Vaccination in Patients With Inflammatory Bowel Diseases. Clin Gastroenterol and Hepatol. 2018;16:1872-5.

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen gastro-enterologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.