Genotypering verbetert patiëntveiligheid bij fluoropyrimidine-gebruik

Een recente multicenterstudie van eigen bodem toonde dat prospectieve DPYD-genotypering haalbaar is in de dagelijkse praktijk en dat daarop gebaseerde dosisverlagingen resulteerden in een betere patiëntveiligheid bij behandeling met een fluoropyrimidine.

Tot 30% van de patiënten ontwikkelt ernstige toxiciteit door behandeling met een fluoropyrimidine. Dat wordt vaak veroorzaakt door een afgenomen activiteit van het enzym dihydropyrimidinedehydrogenase (DPD). In de meeste gevallen is sprake van een genetische variatie van het gen dat codeert voor DPD (DPYD).

De 1.103 onderzochte patiënten met verschillende vormen van kanker kregen een fluoropyrimidine-gebaseerde behandeling (capecitabine of fluorouracil) als monotherapie of in combinatie met andere chemotherapeutica of radiotherapie. 8% was een heterozygote drager van het DPYD-variante allel en 92% was DPYD-wildtype. Fluoropyrimidine-gerelateerde ernstige toxiciteit trad significant vaker op bij dragers van de DPYD-variant dan bij wildtype patiënten (39 versus 23%; p = 0,0013) en het risico daarop nam af na dosisverlaging op geleide van het genotype.


  • Bronverwijzing
    1. Henricks LM, Lunenburg CATC, de Man FM, et al. DPYD genotype-guided dose individualisation of fluoropyrimidine therapy in patients with cancer: a prospective safety analysis. Lancet Oncol. 2018 Oct 18.

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen gastro-enterologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.