Geen verband tussen pseudopoliepen en colorectale neoplasie bij IBD

Omdat eerder onderzoek leek te wijzen op een verhoogd risico op colorectale neoplasie (CRN) bij patiënten met een inflammatoire darmziekte (IBD) en post-inflammatoire poliepen (PIP’s), wordt in de Europese richtlijnen geadviseerd om hen regelmatig te scopiëren. Dit advies is echter gebaseerd op case-controlstudies. Remi Mahmoud, arts-onderzoeker in het UMC Utrecht, vond in een cohortonderzoek1 waarbij hij tevens gegevens uit een expertisecentrum in New York meenam, dat dit risico wel meevalt.

Patiënten met lang bestaande IBD en betrokkenheid van het colon hebben een toegenomen risico op het ontstaan van CRN, dat kan bestaan uit dysplasie of colorectaal carcinoom (CRC). De richtlijnen adviseren dan ook om regelmatig een surveillancescopie uit te voeren om hierop te screenen.

De Europese richtlijnen stratificeren IBD-patiënten met colitis in groepen met een laag, intermediair of hoog risico op CRC. Dat is gebaseerd op verschillende risicofactoren, waaronder de aanwezigheid van post-inflammatoire poliepen (PIP’s), ook wel pseudopoliepen genoemd. PIP’s worden aangetroffen bij 20-45% van de IBD-patiënten met betrokkenheid van het colon. Conform de richtlijnen vinden in Nederland bij colitispatiënten met PIP’s frequenter scopieën plaats dan bij degenen zonder PIP’s.

Geen verschil in dysplasie of kanker

Mahmoud en anderen hebben een multicenter retrospectieve cohortstudie uitgevoerd van IBD-patiënten die surveillancescopieën naar CRN ondergingen. De gegevens waren afkomstig uit zes academische ziekenhuizen en twee grote niet-academische ziekenhuizen in New York en Nederland. In aanmerking komende patiënten hadden bevestigde IBD van het colon, maar zonder gevorderd CRN of colectomie in de voorgeschiedenis.1

Van de 1.582 geanalyseerde patiënten hadden 462 personen (29,2%) PIP’s. De aanwezigheid van PIP’s ging gepaard met een ernstiger ontsteking (aangepaste odds ratio 1,3) en meer uitgebreide ziekte (aangepaste OR 1,92). PIP’s kwamen minder vaak voor bij patiënten die tevens primair scleroserende cholangitis hebben (aangepaste OR 0,38).1

Gedurende de mediane follow-upperiode van 4,8 jaar verschilde het tijdsbeloop tot het ontstaan van gevorderd CRN niet significant tussen patiënten met en zonder PIP’s. Aanwezigheid van PIP’s voorspelde het risico op gevorderde CRN niet, ook niet wanneer gecorrigeerd werd voor andere risicofactoren (aangepaste hazard ratio 1,17). Wel werd bij patiënten met PIP’s significant vaker een colectomie uitgevoerd (p = 0,01).1

Conclusies

In deze retrospectieve analyse van gegevens van twee grote onafhankelijke surveillancecohorten ging de aanwezigheid van PIP’s gepaard met een grotere ernst en uitgebreidheid van de colitis en het vaker uitvoeren van colectomieën, maar niet met een toegenomen risico op CRN. Daarom hoeven alleen op basis van de aanwezigheid van PIP’s de intervallen voor surveillance niet korter gemaakt te worden.1

Commentaar Remi Mahmoud, arts-onderzoeker UMC Utrecht en eerste auteur van de Gastroenterology-publicatie1

Eerdere case-controlstudies rapporteerden een 1,9 – tot 2,5-voudig verhoogd risico op CRC bij IBD-patiënten met PIP’s.2 Daarentegen bleek de aanwezigheid van PIP’s in een recenter groot retrospectief cohortonderzoek uit Engeland van patiënten met colitis ulcerosa die CRN-surveillance ondergingen niet een onafhankelijke voorspeller te zijn voor het ontstaan van CRN of progressie van laaggradige dysplasie tot gevorderde CRN.3 Dat laatste is bevestigd in ons onderzoek.1

Case-control- vs. cohortstudie

De verklaring voor deze discrepantie is waarschijnlijk gelegen in de studieopzet. In een case-controlstudie worden patiënten met reeds vastgestelde CRC retrospectief vergeleken met controles. De vraag is hoe die controles geselecteerd zijn en of ze representatief zijn voor de hele groep. In onze cohortstudie1 hebben we alle patiënten die surveillance kregen geïdentificeerd. Vervolgens hebben we in de volledige groep onderzocht welke patiënten CRC of hooggradige dysplasie hadden ontwikkeld. Hier zit dus niet eenzelfde patiëntenselectie van case-controlstudies in. Dat is belangrijk.

Daarnaast is in de analyses van onze studie1 en de andere cohortstudie die hetzelfde resultaat toont,3 veel beter rekening gehouden met de factor tijd. Het maakt natuurlijk uit of iemand een CRC of dysplasie in een periode van twee of vijf jaar heeft ontwikkeld. Dat zegt ook veel over hoe vaak je de scopie zou moeten doen. Dat komt echter niet terug in de eerdere case-controlstudies.2

Niet kijken naar PIP’s, maar naar risicofactoren

Er is weinig literatuur over de vraag of PIP’s onafhankelijke voorspellers van gevorderde CRN zijn. Meer inzicht in dit risico heeft verregaande implicaties voor de last van surveillancescopieën voor IBD-patiënten met PIP’s. Als het mogelijk en veilig is om de surveillance-intervallen te verlengen, zou dat de kwaliteit van leven van de patiënten bevorderen en kostenbesparend zijn.

Onze conclusie is om bij IBD-patiënten met PIP’s minder vaak surveillancescopieën uit te voeren, omdat de aanwezigheid van PIP’s geen verband houdt met het kankerrisico. Voor het bepalen van de scopiefrequentie zou je vooral moeten kijken naar de ernst van de ontsteking en naar de andere bewezen factoren. Als die factoren niet aanwezig zijn, maar je ziet wel PIP’s, dan zou je wat ons betreft niet vaker hoeven te scopiëren.

Wel of niet vaak scopiëren?

Er is nog discussie over de vraag of in Nederland bij IBD-patiënten met PIP’s minder vaak een scopie uitgevoerd zou kunnen worden. Ons artikel1 toont dat bij aanwezigheid van slechts enkele PIP’s niet per se de scopie te vervroegd hoeft te worden. Dit geldt dus niet voor patiënten bij wie door aanwezigheid van een groot veld PIP’s het zicht op de darmwand wordt belemmerd en het voor de MDL-arts lastig is om de scopie uit te voeren. Daar hebben we niet specifiek genoeg onderzoek naar gedaan. In geval van veel dicht op elkaar liggende PIP’s zou je wellicht wel vaker een scopie moeten doen.


  • Bronverwijzing
    1. Mahmoud R, Shah SC, Ten Hove JR, et al. No Association Between Pseudopolyps and Colorectal Neoplasia in Patients With Inflammatory Bowel Diseases. Gastroenterology. 2019;156:1333-44.
    2. Baars JE, Looman CWN, Steyerberg EW, et al. The risk of inflammatory bowel disease-related colorectal carcinoma is limited: results from a nationwide nested case-control study. Am J Gastroenterol 2011;106:319-28.
    3. Choi CR, Al Bakir I, Ding NJ, et al. Cumulative burden of inflammation predicts colorectal neoplasia risk in ulcerative colitis: a large single-centre study. Gut 2019;68:414-22.

Aandachtsgebied:

IBD

Onderwerp:

colorectale neoplasie pseudopoliepen

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen gastro-enterologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.