Calprotectine toegevoegde waarde in diagnostiek IBD

Om de diagnose IBD te kunnen stellen is endoscopisch onderzoek nodig, wat een invasieve en potentieel gevaarlijke procedure is. Bij kinderen kan het fecale calprotectine van toegevoegde waarde zijn in het diagnostische proces. Dat suggereren resultaten van een meta-analyse over individuele data van patiënten.

In de meta-analyse zijn 1.120 kinderen en volwassenen met symptomen van mogelijke IBD geanalyseerd, waarbij 560 patiënten uiteindelijk IBD hadden. Bij deze patiënten is naast de anamnese naar symptomen ook bloed afgenomen. Van de bloedwaarden bleek het fecale calprotectine te kunnen differentiëren tussen patiënten met of zonder IBD. Het toevoegen van calprotectine in het diagnostische proces vergrootte de ‘area under the curve’ (AUC) met 0,26 (95%-BI 0,21-0,31), wat meer was dan andere bloedwaarden. De bezinking was de tweede beste marker, met een toegenomen AUC van 0,16 (95%-BI 0,11-0,21). Met calprotectine steeg het percentage patiënten zonder IBD die correct geclassificeerd waren als laag risico van 31% naar 91%. Het percentage patiënten zonder IBD die incorrect geclassificeerd waren als laag risico daalde van 16% naar 9%. Het aandeel van alle patiënten die ingedeeld waren bij gemiddeld risico daalde van 55% naar 6%.

Deze resultaten laten de toegevoegde waarde zien van het fecale calprotectine in de diagnostiek naar IBD. De onderzoekers raden dan ook aan om calprotectine voortaan mee te prikken. Voordat dit geïmplementeerd kan worden is echter nog klinisch onderzoek nodig naar de effecten van deze interventie.



Aandachtsgebied:

IBD

Onderwerp:

calprotectine

U heeft nog enkele gratis artikelen binnen gastro-enterologie. Maak uw account aan om ongelimiteerd te lezen.